Homepagina
  Introductie
  Gedichten
  Links

  Evenementen
  Vrouw en Islam
  Nieuwe Moslima's
  Dagelijks leven

  Familie
  Geloof
  Wat is nieuw
  Contact


Vrouw en Islam




Diverse artikelen


 

Asalamu alaykum wa rahmatullahi wa barakatu beste zuster,

Hierbij stuur ik jullie een brief, die ik aan mijn (ongelovige) moeder (moge Allah haar leiden) heb gestuurd. Het is een reactie op het huichelachtige boek 'De vrouwen van de Profeet' van Nahed Selim, moge Allah haar leiden. Het is een beetje een erg lange reactie, maar ik kookte van woede toen ik enkele hoofdstukken uit dit boek had gelezen. Misschien kunnen jullie het voor de site gebruiken, want ik merk dat de laatste tijd veel mensen het over dit boek hebben. Er zijn zelfs zusters die na het lezen van dit boek menen dat de hijaab geen verplichting is. Astagfirullah!

Moge Allah het van mij accepteren en mij vergeven voor eventuele fouten die ik heb gemaakt. En doe alsjeblieft doe'a voor mijn moeder, dat Allah haar moge leiden...

Uw zuster fi dien,

******************************

Lieve mama,

De vorige keer dat je bij me was gaf je me het boek ‘de vrouwen van de Profeet’ van Nahed Selim en vroeg je me om er wat hoofdstukken uit te lezen. Jij vond het namelijk een heel interessant boek. Gelet op eerdere recensies over haar boek en interviews met de schrijfster, zag ik niet veel nut in het lezen van het boek. Ik zie tijd namelijk als iets zeer kostbaars en elke minuut die verstrijkt, brengt ons weer een stap dichter bij ons einde. Het is daarom in mijn ogen noodzakelijk om de tijd die we hebben zo goed mogelijk in te vullen. En ik had eerlijk gezegd niet echt het idee dat het lezen van dit boek een zeer gewaardeerde tijdsbesteding zou zijn in de ogen van Allah. Maar toen bedacht ik me dat jij het blijkbaar wel een interessant boek vond en zolang ik niet de moeite zou nemen om de stellingen van deze schrijfster te bestuderen, zou ik je nooit kunnen overtuigen van haar ongelijk. Dus besloot ik het boek toch open te slaan. En hierbij wil ik je graag mijn reactie geven.

Zoals gebruikelijk begon ik met lezen aan de achterzijde van het boek en de eerste zin toonde mij reeds een duidelijke samenvatting van het boek en de intentie van de schrijfster. De zin luidde: “In de moslimwereld zijn vrouwen vaak de laatste schakel in een lange keten van onderdrukten”. Deze zin klonk eigenlijk alsof hij uit de mond kwam van Fortuyn of Bolkenstein, of ten minste van iemand die zijn best doet om de gedachten die bij het Nederlandse volk leven te bevestigen. De vraag was echter of de schrijfster dit beeld ging bevestigen of het aandurfde om er korte metten mee te maken. Maar het enkele feit dat haar boek vooraan ligt in elke Nederlandse boekwinkel, liet het antwoord helaas al raden. Overigens deed het woord ‘moslimwereld’ in deze zin bij mij vraagtekens ontstaan. Als schrijfster moet je elk woord zorgvuldig kiezen, zeker bij een gevoelig onderwerp als het onderwerp wat deze schrijfster probeert aan te pakken. En zij koos het woord: ‘moslimwereld’. Wat zou ze hiermee bedoelen? Is er eigenlijk wel een ‘moslimwereld’. En als die er is, bestaat er dan ook een niet-moslimwereld? Het klonk eigenlijk een beetje als een uitspraak van Bush: “Wij tegenover hen”. Lekker stigmatiserend.

Ik las even verder en mijn ogen vielen op de volgende zinnen: “Selim trekt traditionele interpretaties van de koran in twijfel...Ook herschrijft ze de verhalen over de vrouwen van de profeet”. Toen ik deze zinnen las, dacht ik bij mezelf: “Het moet hier vast gaan om een zeer gestudeerde vrouw, als zij zichzelf in staat acht om een nieuwe interpretatie aan de Koran te geven en de verhalen over de vrouwen van de profeet (vrede zij met hem)[1] te herschrijven”. Ik stelde mij voor dat zij jarenlang de islam had bestudeerd, want ik kon me niet voorstellen dat je je anders zou durven wagen aan deze gewaagde doelstelling. Na deze woorden raakte ik dan ook erg nieuwsgierig naar de achtergrond van deze vrouw was en bij het openslaan van het boek, werd mijn nieuwsgierigheid al snel beantwoord.

De schrijfster begint haar boek met een beschrijving van zichzelf als een Egyptisch meisje van 15 jaar dat in de zestiger jaren in een kort rokje in de trein in Egypte zit. Ze noemt zichzelf een vrouw die is opgegroeid in een samenleving, waaruit de Islam angstvallig werd verbannen. Vrouwen droegen volgens de schrijfster in die tijd geen hoofddoeken in Egypte, maar korte rokjes. De levensstijl in Egypte leek op Europa en men geloofde in het socialisme (wat de schrijfster als ‘vooruitgang’ bestempelt). De regering geloofde in de scheiding van moskee en staat en niemand leek zich nog om het geloof te bekommeren. De religie leek zich te beperken tot de ramadan, de feestdagen en het vrijdagsgebed. Dit was de ‘moderne, vrijgevochten samenleving’ waarin de schrijfster van dit boek opgroeide. Pas toen het Egyptische leger werd verslagen door Israel en de hele Sinai in bezit nam, begon men in Egypte in te zien hoever men was afgedwaald en dat de mensen moesten terugkeren naar de islam. De schrijfster zegt zelf dat ze sindsdien nooit meer een korte rok heeft gedragen. Hoofddoeken verschenen overal en ze ‘infiltreerden’ zelfs in haar liberale familie. Op dit moment vond de schrijfster het hoog tijd om te lezen wat er nu werkelijk in de koran over vrouwen vermeld staat.

Deze samenvatting van de inleiding geeft eigenlijk duidelijk aan wat de aanzet is geweest voor de schrijfster om zich te gaan ‘verdiepen’ in de islam en te komen tot dit boek. Nahed Selim wil graag dat jonge meisje van 15 jaar zijn in haar korte rokje en zal haar uiterste best doen om de islam zodanig aan te passen (in haar woorden: te interpreteren), dat deze aan haar wereldse verlangens voldoet. Wanneer ik verder lees in het boek, worden mijn vermoedens bevestigd. Ik lees enkele zinnen, waarvan mijn haren eerlijk gezegd recht overeind gaan staan. Om een voorbeeld te noemen: “Voor de meeste vrouwen in een moslimcultuur is het leven een aaneenschakeling van opofferingen, met maar weinig momenten van geluk”. Op het moment dat ik dit lees, vraag ik me toch echt af, waarop de schrijfster deze stelling baseert. Ik weet niet of ik me echt aangesproken moet voelen, omdat ze het heeft over ‘een moslimcultuur’ en ik zie mezelf niet als iemand die een of andere cultuur probeert aan te hangen. Maar toch voel ik dat de schrijfster bedoeld heeft om hier over moslimvrouwen te spreken, waartoe ik mijzelf meen te mogen rekenen. En als ik erover nadenk, vraag ik me af waarom ik me dan eigenlijk zo gelukkig voel sinds ik ben bekeerd tot de islam. Als haar woorden werkelijk zouden kloppen, waarom bekeren zich dan dagelijks vele mensen tot de Islam, waarvan het merendeel uit vrouwen bestaat? Zouden wij vrouwen dan zo graag streven naar ‘een aaneenschakeling van opofferingen, met maar weinig momenten van geluk’? Of is het eigenlijk zo dat een vrouw die in aanraking komt met de Islam, pas daadwerkelijk ondervindt wat geluk is, iets wat bevestigd wordt door de vele verhalen die ik van bekeerde moslims heb gelezen en gehoord.

Als ik verder lees, vallen mijn ogen op de volgende passage: “Daarna, na bijna een kwart eeuw in het Westen te hebben gewoond, wilde ik ook de koran, de belangrijkste bron van de islam, op mijn manier lezen en begrijpen. Alle begin is moeilijk en jarenlang stelde ik het plan uit. Maar op een mooie middag besloot ik in mijn zonovergoten huiskamer het vereerde Boek op een willekeurige plek open te slaan. Dit heet istigarah[2]”. Nu begint voor mij de achtergrond van de schrijfster op zijn plaats te vallen. Het blijkt hier te gaan om een vrouw die op haar 15e van haar familie een kort rokje mocht dragen en hiernaar terug verlangd. Inmiddels woont ze al bijna een kwart eeuw in het Westen en besluit dan om de Koran eens te gaan lezen! Hoewel ik bij het lezen van de achterkant van het boek nog dacht dat het hier wel moest gaan om een zeer geleerde vrouw, die de taak op zich durft te nemen om de Koranteksten te herinterpreteren en de levens van de vrouwen van de Profeet (Allah’s zegeningen en vrede zij met hem) te herschrijven, blijkt het tegendeel waar te zijn. We hebben het hier over een vrouw die is opgegroeid in een seculiere maatschappij, van de islam niets heeft meegekregen in haar jeugd en op een dag besluit om de Koran volgens haar eigen wensen en verlangens te gaan interpreteren en daar dan ook nog een boek over schrijft. Ik besluit op dat moment dat ik het boek eigenlijk net zo goed weg kan leggen, maar dan komt jouw verzoek weer in mijn gedachten op om een paar hoofdstukken te lezen en ik besluit nog een poging te wagen. Doordat jij een boekenlegger hebt gebruikt kan ik zien, waar jij bent gebleven en ik besluit in ieder geval tot dat hoofdstuk door te lezen.

Als ik even verder lees, zie ik dat de schrijfster begint met haar kritiek (‘herinterpretatie’) op de Koran, waarbij ze begint met het volgende vers (Koran, 3:14):

“Voor de mensen is de liefde voor begeerlijke zaken, zoals vrouwen aantrekkelijk gemaakt, (evenals de liefde voor) zonen, omvangrijke gouden en zilveren bezittingen, gemerkte paarden en kudden dieren en akkers. Dat is de genieting van het wereldse leven. En Allah, bij Hem is de beste terugkeer”.

Als ik verder lees, zie ik dat de schrijfster begint met het verwoorden van haar gedachten. Zij vertelt dat zich bij het lezen van dit vers in haar hoofd een denkbeeldige lijn aftekent, waarbij aan de ene kant van de lijn de mensen staan en aan de andere kant de begeerlijkheden. Daarbij constateert zij dat de vrouwen niet aan de kant van de mensen staan, maar aan de andere kant, de kant van de begeerlijkheden. Haar conclusie is vervolgens dat in de Koran dus met het woord ‘mensen’ geen vrouwen wordt bedoeld, maar alleen ‘mannen’. Ik moet eerlijk zeggen dat dit de grootste drogreden is, die ik ooit heb gehoord. Allereerst betekent het feit dat vrouwen aan de ene kant van haar denkbeeldige lijn staan, niet dat ze niet ook aan de andere kant van de lijn kunnen staan. Om even een vergelijking te trekken: als ik zeg dat dieren over het algemeen graag naar konijntjes kijken, betekent dit nog niet dat een konijn geen dier is. Verder wil ik de schrijfster hierbij graag even wijzen op het woordje ‘zoals’ in dit vers. Als ik in de van Dale kijk naar de betekenis van het woordje ‘zoals’, zie ik onder andere staan ‘bijvoorbeeld’. Dit geeft dus aan dat hier een opsomming wordt gegeven van zaken die voor mensen over het algemeen als begeerlijk kunnen worden ervaren. Dit hoeft dus niet te betekenen dat elk van de genoemde zaken voor ieder mens even begeerlijk is. Zo zullen vrouwen over het algemeen als begeerlijk worden aanvaard door mannen en zullen goud en zilver (zoals sieraden) weer vaak begeerlijker zijn voor vrouwen. Ik heb in ieder geval nog nooit een man voor een sieradenzaak zien staan zwijmelen voor een mooi collier of ring of een vrouw zien dromen van een akker.

De schrijfster laat het echter niet bij dit commentaar op het vers, maar beklaagt zich ook over het feit dat er wordt gezegd ‘de liefde voor zonen’. Ik snap echter niet waarom ze zich hier zo druk over maakt, want het is algemeen bekend dat er veel mensen zijn die liever een zoon dan een dochter willen, met name de Arabieren in de tijd van voor de Islam. De Islam heeft aan deze praktijk juist een einde gemaakt en heeft aangegeven dat een dochter van evengrote waarde is. De schrijfster doet het hier voorkomen alsof Allah zegt dat mensen meer van zonen moeten houden. Dat staat er echter niet. Het vers bevat slechts een vaststelling dat hier in praktijk wel sprake van is, net zoals het in praktijk zo is dat mannen meer moeite hebben om hun gevoelens voor vrouwen te controleren dan andersom. We kunnen hier wel moeilijk over doen en net doen alsof het niet zo is, maar dit is nu eenmaal de werkelijkheid. En dit vers bevestigt dit alleen maar.

Als ik kijk naar de uitleg van de schrijfster ten aanzien van dit vers, kan ik niet anders zeggen dan dat mijn vermoedens worden bevestigd. Nahed Selim probeert net zo lang te zoeken en te ‘herinterpreteren’, totdat ze haar standpunt kan bevestigen dat vrouwen in de islam worden gediscrimineerd. En terwijl ik hierover nadenk, schiet bij mij een ander Koranvers door het hoofd, wat uitstekend van toepassing is op de pogingen van deze schrijfster. Het lijkt bijna wel of Allah dit vers speciaal voor haar heeft geopenbaard en het staat ook nog in dezelfde soerah (hoofdstuk) als het door haar aangehaalde vers. Jammer dat de schrijfster waarschijnlijk niet de hele soerah heeft gelezen. In soerah 3:7 van de Koran kunnen we namelijk lezen:

“Hij is Degene Die het Boek aan jou heeft neergezonden, met daarin eenduidige Verzen, zij zijn de grondslag van het Boek, andere zijn voor meer uitleg vatbaar. Maar degenen die in hun harten een neiging (tot valsheid) hebben, misbruiken de Verzen met meerdere betekenissen om Fitnah te zaaien en de ware betekenis ervan te zoeken.”

Achteraf bezien had ik eigenlijk niet al die moeite hoeven doen om te reageren op haar gedachtenspinsels, aangezien Allah haar bedoelingen in dit vers al heeft blootgelegd.

Ik lees verder en stuit op de volgende passage van het boek: “Omdat heilige teksten de taal van hun tijd spreken, richten ze zich vaak uitsluitend tot mannen...Vrouwen worden niet genoemd, ze werden niet belangrijk genoeg geacht..Wanneer we durven toegeven dat veel opvattingen over vrouwen in de Koran achterhaald zijn, kunnen we meer aandacht hebben voor de diepe wijsheid die in de teksten verborgen zit. Nu struikelen we voordurend over de afwezigheid van vrouwen of de onrechtvaardigheid waarmee ze worden benaderd en dat verhindert ons te zien wat bijvoorbeeld de eerder aangehaalde tekst ons wil vertellen.” . Ik kan me bij het lezen van deze passages niet onttrekken aan de indruk dat de schrijfster bij het lezen van de Koran niet verder is gekomen dan het ene door haar aangehaalde vers in de Koran (wat ze overigens ook nog uit zijn verband heeft getrokken). Als zij namelijk de moeite had genomen om verder in de Koran te lezen, zou zij vele verzen zijn tegengekomen die zich uitdrukkelijk tot vrouwen richten en waarin vrouwen uitdrukkelijk worden genoemd en aangesproken. Een voorbeeld hiervan is soerah 4:124:

En wie goed doet, man of vrouw en hij (zij) is gelovig: zij zijn degenen die het Paradijs binnengaan en zij zullen in het geheel niet onrechtvaardig behandeld worden”.

Of een ander voorbeeld (in dezelfde soerah die de schrijfster aanhaald, 3:195):

“En hun Heer heeft hun (smeekbede) verhoord, (zeggend:) “Voorwaar, Ik doe het werk van de werkenden van jullie niet verloren gaan, of het nu man of vrouw is, jullie komen uit elkaar voort.”

Verder kunnen we in soerah 35:33 lezen:

“Voorwaar, de mannen die zich hebben overgegeven (aan Allah) en de vrouwen die zich hebben overgegeven, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en de gehoorzame mannen en de gehoorzame vrouwen en de waarachtige mannen en de waarachtige vrouwen, en de geduldige mannen en de geduldige vrouwen, en de ootmoedige mannen en de ootmoedige vrouwen, en de mannen die bijdragen geven en de vrouwen die bijdragen geven, en de vastende mannen en de vastende vrouwen en de mannen die over hun kuisheid waken en de vrouwen die (daarover) waken, en de mannen die Allah veelvuldig gedenken en de vrouwen die gedenken: Allah heeft voor hen vergeving bereid en een geweldige beloning”.

Als we deze verzen lezen (het zijn er slechts enkelen van de velen!), beseffen we ons de gelijkwaardige positie van man en vrouw in de Islam. Het paradijs is niet alleen voorbehouden aan mannen, maar ook vrouwen worden beloond voor hun goede daden (en uiteraard bestraft voor slechte daden). Ik vraag me eerlijk gezegd af wat de reactie van de schrijfster zou zijn bij het lezen van deze verzen. Maar deze verzen heeft ze uiteraard wijselijk niet bij haar interpretatie betrokken (als ze ze al heeft gelezen), omdat dit afbreuk zou doen aan haar aantijgingen.

Maar we gaan weer even verder met het boek. De volgende passage die mij tegen de borst stuitte (om eerlijk te zijn waren er nog velen, maar als ik op alles in wil gaan, kan ik beter ook een boek schrijven) was de volgende: “In reactie op deze gedachten zei een vrouw eens tegen me: Je leest alles zo precies! Lezen andere moslimvrouwen zo’n tekst dan anders? Hoogstwaarschijnlijk lezen ze helemaal niet. De meeste moslimvrouwen kunnen niet lezen, en afgezien van een intellectuele elite doen degenen die het wel kunnen niet veel moeite om de koran zelf te lezen.” Wat een lef zeg! Hier praat een vrouw die zelf verklaard dat ze, nadat ze bijna een kwart eeuw in Europa leeft, voor het eerst de Koran heeft opengeslagen. Ik vraag me af of we haar niet beter onder de noemer kunnen plaatsen van vrouwen die ‘hoogstwaarschijnlijk helemaal niet lezen’. Het is vrij gemakkelijk en ver onder de gordel om dit te beweren, maar in een samenleving als die van Nederland bevestigt deze stelling waarschijnlijk wat iedereen al dacht en graag wil horen: moslimvrouwen zijn dom en kunnen niet lezen. Dat past in hun ogen ook wel in het beeld wat zij hebben van de achterlijke Turkse en Marokkaanse vrouwtjes, die als importbruiden naar Nederland worden gehaald. Maar laten we nu even naar de feiten kijken. Wat klopt er nu werkelijk van de stelling van de schrijfster “de meeste moslimvrouwen kunnen niet lezen”? Zij zegt hiermee dat minstens 51 % van de moslimvrouwen (dit is immers ‘de meeste’) niet kunnen lezen (ik ben hier waarschijnlijk ‘toevallig’ een dubbele positieve uitzondering op, want ik ben moslim en ik kan naast lezen ook nog schrijven! Of wellicht hoor ik zelfs tot de uitzonderlijke intellectuele elite). Laten we bijvoorbeeld eens naar Indonesie kijken, het land met de meeste moslims ter wereld (211,1 miljoen inwoners, waarvan 87 % moslim). Ons eigen Minsterie van Buitenlandse Zaken geeft over dit land de volgende gegevens: 81,3% van de vrouwen in Indonesie kan zowel lezen als schrijven (gegevens 1999). Dit gegeven noem ik niet echt onderbouwend voor de stelling van de schrijfster dat het merendeel van de moslimvrouwen niet eens kan lezen. En dan heb ik het nog niet eens over een van de meest welvarende moslimlanden, want analfabetisme hangt nu eenmaal vaak samen met de welvarendheid van een land. De stelling van de schrijfster is dus werkelijk nergens op gebaseerd. Bovendien vind ik de stelling stigmatiserend en beledigend, maar als ik verder lees bemerk ik dat de schrijfster vaker beledigingen gebruikt om haar vage, niet-onderbouwde stellingen kracht bij te zetten. Dit is natuurlijk ook een manier om je verhaal over te laten komen, al is het in mijn ogen wel een zeer twijfelachtige en zwakke manier.


Als ik verder lees in het boek, kom ik bij het scheppingsverhaal. Ook hier probeert de schrijfster zich weer in alle hoeken te wurmen, om tegenstrijdigheden te ontdekken. Het vers 4:1 geeft inderdaad de schepping op juiste wijze weer, te weten dat Allah de mens heeft geschapen uit een enkele ziel. Het vers gaat echter verder en legt uit dat daaruit Hawa (Eva) is geschapen. Verschillende overleveringen van de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem) geven een uitwerking van de schepping, waaruit blijkt dat Eva uit de linkerrib van Adam is geschapen, net zoals in de Bijbel wordt geschreven. Ik snap niet waarom het zo’n probleem voor de schrijfster is om dit aan te nemen. Mijns inziens spreken de Korantekst en de overleveringen elkaar niet tegen. Wanneer we vaststellen dat Eva uit de rib van Adam is geschapen, betekent dit immers niet dat zij niet tevens uit een enkele ziel geschapen zouden kunnen zijn. Haar conclusie dat de islam geen overzichtelijke religie is, omdat de koran en de overleveringen (hadith) elkaar vaak tegenspreken, is dan ook nergens op gebaseerd. Zij probeert echter weer dingen te verdraaien en tegenstrijdigheden te creëren, zoals al eerder was opgemerkt.

Verder trekt de schrijfster conclusies uit bepaalde teksten die ik er echt niet in lezen kan. Zo bekritiseert zij de volgende hadith:

“Behandel vrouwen vriendelijk, want vrouwen zijn geschapen uit een rib en het meest kromme gedeelte van een rib is zijn bovenste deel. Dus wanneer je zou proberen de rib recht te buigen, zou deze breken, maar als je hem laat zoals hij is, zou hij krom blijven. Dus behandel vrouwen vriendelijk.”

Dit is een prachtige hadith, waaruit duidelijk blijkt dat mannen hun vrouwen vriendelijk moeten behandelen. Om er overigens nog twee te noemen, waaruit dit blijkt:

De Profeet heeft gezegd: 'Druk elkaar op het hart om vrouwen goed te behandelen' (Moesliem)

De Profeet zei: 'De wereld is slechts een voorziening en de beste voorziening van de wereld is een goede vrouw' (Moesliem).

Het commentaar van de schrijfster is echter als volgt: “deze uitspraak van Mohammed wordt aangehaald om de kromheid ofwel de minderwaardigheid van vrouwen ten opzichte van mannen te illustreren”. Wat een ongelofelijke conclusie! Ik zou wel eens tien niet-moslims willen vragen of zij deze overlevering willen lezen en of zij daarbij het gevoel hebben dat hier gezegd wordt dat de vrouw minderwaardig is. Ik zie deze overlevering juist als een prachtig bewijs van het advies van Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem) aan mannen om goed voor hun vrouwen te zorgen. Ik zie echt niet op grond waarvan zij de conclusie trekt dat hieruit blijkt dat een vrouw minderwaardig is aan een man. Haar woorden impliceren dat ze dit vindt, omdat de vrouw wordt vergeleken met een kromme rib. Maar zou de schrijfster de man dan niet helemaal minderwaardig achten, aangezien Adam geschapen is uit klei? Ik vraag me af waar de gemiddelde lezer meer waarde aan zou hechten, aan een hoopje zand of aan klei. Maar ja, de conclusie is wederom dat ze niet in staat is haar stellingen te onderbouwen.

Nu komen we bij een van de meest gevoelige onderwerpen en een onderwerp waarmee de schrijfster waarschijnlijk veel punten heeft gescoord bij politici en anti-hoofddoek-voorstanders. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat haar boek tegenwoordig in alle boekhandels vooraan in de schappen te vinden is. De schrijfster meent namelijk dat zij bewijzen heeft gevonden dat de hoofddoek helemaal niet verplicht is in de Islam. Maar ook hier gaat ze weer gruwelijk de fout in. Laten we beginnen bij haar bespreking van het woord ‘zina(t)’. De schrijfster heeft gelijk dat dit woord vele betekenissen heeft, zoals overigens alle woorden in het Arabisch. De Arabische taal is dan ook niet te vergelijken met de Nederlandse taal. Zo heeft de Arabische taal een enorm uitgebreide woordenschat en hebben woorden vaak hele uitgebreide betekenissen, die we in het Nederlands vaak met vele zinnen moeten beschrijven, om enigszins toe te komen aan de betekenis. Een klein voorbeeldje kan dit illustreren: Zafa is het Arabische woord voor een vogel die in cirkels vliegt, sabal staat voor regendruppels die de grond nog niet hebben bereikt en atfara geeft aan dat je een paard van de ene oever van een beek naar de andere laat springen; dergelijke woorden zijn niet te vinden in een andere taal. Om een ander voorbeeld te geven: voor het woord ‘man’ bestaan er in de Arabische taal wel dertig woorden, die de verschillende stadia in het leven beschrijven, vanaf de embryo in de baarmoeder tot aan de dood. Het is dus niet zo makkelijk om Arabisch woord met een enkel Nederlands woord te vertalen. Het woord zina(t) heeft in de Koran dan ook verschillende betekenissen op verschillende plaatsen, afhankelijk van de context van het vers en de betekenis.[3]

Dan komt de schrijfster aan bij de bespreking van vers 33:59. De vertaling van dit vers is:

“O Profeet, zeg tot jouw echtgenotes en tot jouw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleden (Djilbab) over zich heen laten hangen. Op die manier is het gemakkelijker om hen te herkennen en worden zij niet lastig gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.”

De schrijfster merkt op dat deze verordening vooral bedoeld was voor de vrouwen en dochters van de profeet en in de tweede plaats voor de vrouwen der gelovigen. Het is mij volstrekt onduidelijk op grond waarvan zij dit onderscheid maakt. Er staat immers ‘zeg tot jouw echtgenotes en tot jouw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen’, dus wat is het verschil tussen de eerste twee (echtgenotes en dochters) en de laatste groep vrouwen (alle moslimvrouwen). Zij maakt hier een onderverdeling die ik niet lees en die ook nergens anders uit blijkt. Ze onderbouwt haar stelling zelf ook niet. Op grond van dit onderscheid trekt zij echter de conclusie dat deze maatregel vooral de vrouwen van het huis van de profeet betrof, omdat hij als een algemene baas van de stad gold, ook voor hen die zich niet hadden bekeerd en niet wilden dat zijn vrouwen iets aangedaan werd. Als ze het karakter van de Profeet Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem) maar een beetje had begrepen had ze echter geweten dat Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem) niet alleen het beste zou willen voor zijn eigen vrouwen en dochters, maar ook voor andere moslimvrouwen. Hij zou toch niet willen dat andere moslimvrouwen wel wat werd aangedaan? Ook via die redenering gaan de hersenspinsels van de schrijfster dus niet op. Als we verder kijken naar wat de grootste geleerden zeggen over de hijaab (bedekking van de vrouw) in de context van de Koran, zien we het volgende. Sheikh al-Albaanie (een van de meest bekende geleerden) heeft de volgende voorwaarden genoemd, waaraan een vrouw dient te voldoen, opdat zij de hijaab correct draagt: “Een hijaab dient de lichaams-delen van het lichaam te bedekken, die tot de 'awrah behoren. Het woord 'awrah betekent: de lichaamsdelen die niet getoond mogen worden. Allah zegt in de Qor-aan: "O Profeet, zeg tot jouw echtgenotes en tot jouw dochters en tot de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleden (Djilbab) over zich heen laten hangen. Op die manier is het gemakkelijker om hen te herkennen en worden zij niet lastig gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig". [Al Ahzaab 33:59] Deze ayah geeft duidelijk aan, dat het verplicht is voor vrouwen om hun schoonheid en versieringen te verbergen voor mannen die niet-mahram ("vreemden") zijn”.

Al Haafiedh ibn Kathier (deze geleerde wordt op verschillende plaatsen door de schrijfster aangehaald om haar stellingen te onderbouwen, dus blijkbaar hecht ze waarde aan zijn oordeel) zegt in zijn tafsier (uitleg van de Koran): "dit betekent dat vrouwen geen enkele versiering aan de niet-mahram mannen dienen te tonen. Uiteraard geldt dit niet voor de gedeelten die onmogelijk te bedekken zijn. Ibn Mas'oed zei: een voorbeeld hiervan is de mantel en jurk - hiermee wordt gedoeld op de buitenkleding die de vrouwen van de Arabieren droegen. De buitenkleding verborg namelijk hetgeen wat de vrouw eronder droeg, alleen soms stak er een kledingstuk onder de buitenkleding uit. In dit geval valt een vrouw niet in zonde, aangezien het voor haar onmogelijk is om dit gedeelte te bedekken”. Ik kan nog vele andere oordelen van grote geleerden aanhalen, die stuk voor stuk uitleg geven over de verplichting van de hijaab en daarbij de vele Koranverzen en overleveringen als bewijs gebruiken. Sterker nog, er is geen enkele moslimgeleerde die ontkent dat de bedekkende hijaab een verplichting is voor de vrouw. Ik vind het dus nogal vreemd dat deze schrijfster na een enkel vers uit de Koran gelezen te hebben (wat ze ook nog verkeerd uitlegt) de conclusie trekt dat een vrouw in de Islam haar lichaam niet hoeft te bedekken. Als deze schrijfster dat zelf niet wil doen, is dat haar eigen keuze en daar zal alleen zij verantwoording over af kunnen leggen bij Allah. Maar laat alsjeblieft de Islam (en andere moslimvrouwen) met rust en probeer de vele bewijzen die er zijn niet naar eigen wens en verlangens uit te leggen.

Wanneer ik verder lees kom ik bij de volgende passage: “Het mag duidelijk zin dat moslimvrouwen er in die tijd geen enkel bezwaar tegen hadden om de onderscheiding door kleding te volgen. Ze kwamen daardoor in een hogere rang en kregen bescherming en respect en een nieuw gevoel van eigenwaarde. Welke vrouw zou daarop tegen kunnen zijn in de barbaarse, onbeschaafde, extreem mannelijke omgeving die de Arabische pre-islamtische samenleving was?”. Ik vind het nogal grappig dat de schrijfster dit zegt, want ze heeft blijkbaar indirect toch wel begrepen waar het om draait bij de hijaab. De enige conclusie die ze vergeet te trekken is dat veel moslimvrouwen er vandaag de dag nog steeds geen enkele bezwaar tegen hebben om de islamitische kleding te dragen. Ook vandaag de dag blijf je op deze manier beschermd tegen ongewenste blikken en aandacht en geef je duidelijk aan dat je je eigen lichaam respecteert en er niet mee te koop loopt. Ook nu nog hebben we vaak te maken met een onbeschaafde, extreem mannelijke omgeving. Of wil de schrijfster soms beweren dat er vandaag de dag geen verkrachtingen en aanrandingen meer plaatsvinden? En weet de vrouw vandaag de dag echt respect af te dwingen door een minirokje met topje te dragen, of wordt zij louter gezien als aangename verademing. Je zult nu wel denken dat er een hoop vrouwen met minirokjes zijn die inderdaad respect krijgen, maar daarbij moet je niet vergeten dat ze dit eerst hebben moeten verdienen. Op het eerste gezicht zullen ze namelijk altijd worden beoordeeld op de lengte en omvang van hun benen.

De schrijfster is verder van mening dat de moslimvrouw wordt gehersenspoeld door de kwade moslimman, maar als we er echt over nadenken (zoals de schrijfster beweerd te doen), kunnen we ons afvragen wie er nu is gehersenspoeld. De mannen hebben het voor elkaar gekregen dat vrouwen in de Westerse wereld zich de laatste 50 jaar zijn gaan wurmen in allerlei strakke broeken, rokjes, blousjes en topjes en hebben zo precies voor elkaar gekregen wat ze altijd al wilden. Welke man wil nu niet ongestoord van de schoonheid van elke vrouw kunnen genieten? En dit alles onder het mom van gelijkheid. Ik hoor ze al zeggen: “Ja hoor vrouwtje, als jij het wil, noemen we het gelijkheid”. Maar als de man en vrouw hier werkelijk zo gelijk zijn, waarom loopt een man dan niet in zijn ondergoed over straat? Je hoort vaak dat de Westerse vrouw tenminste zelf mag kiezen wat ze draagt, maar laten we niet vergeten dat een moslimvrouw dit ook doet. Zij kiest er (enkele uitzonderingen daargelaten) zelf voor om zichzelf buitenshuis ingetogen te kleden en haar schoonheid voor haar man te bewaren. Wat is hier nu op tegen? De vrouw is tevreden, de man is tevreden, dus wat wil je nog meer? Ja, je mannelijke collega’s, buren en klasgenoten willen waarschijnlijk wel meer, want die moeten 8 uur per dag naar je kijken. En die zien natuurlijk liever al je lichaamsvormen dan bedekkende kleding. Maar helaas voor hen; een ware moslimvrouw gaat voor niemand uit de kleren, omdat zij het recht heeft gekregen zichzelf te bedekken en beoordeeld wenst te worden op haar innerlijk in plaats van haar uiterlijk.

De schrijfster trekt verder een wel hele kromme conclusie. Volgens haar is een onbedoeld effect van de hijaab dat mannen er in die tijd van uitgingen dat alleen bedekte vrouwen respect verdienden. Andere vrouwen werden als hoeren en slavinnen gezien en mochten worden lastiggevallen, aangerand en besprongen. Wat een stel leugens! Durft zij nu echt te beweren dat de Islam toestaat dat niet-moslimvrouwen worden aangerand en besprongen? Vele bewijzen tonen aan dat niet alleen een vrouw haar kuisheid moet bewaren, maar ook de man. Let bijvoorbeeld op de volgende verzen:

24:30 Zeg (O Mohammed) tegen de gelovige mannen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, dat is reiner voor hen. Voorwaar, Allah is Alwetend over wat zij bedrijven.

24:31 En zeg tegen de gelovige vrouwen, dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken en hun sieraad niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is.

En zij moeten hun sluiers over hun boezem dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenotes, of hun vaders (...).

Het eerste deel van de eerste regel van beide verzen is letterlijk hetzelfde. Hoe gelijker wil men het nog hebben? De islam heeft eindelijk een eind gemaakt aan de barbaarse praktijken dat mannen elke vrouw die ze wilden tot zich namen.

Maar wederom onderbouwt de schrijfster haar stelling met geen enkel bewijs. Ze zegt verder: “Het is tijd dat ook wij moslims deze waarden ter harte nemen, dat wij onze verantwoordelijkheid als opvoeders van onze zoons serieus opvatten en onze kinderen leren dat agressie tegen vrouwen, in welke vorm dan ook, onacceptabel is.” Ik vraag haar daarentegen: welke betere manier is er om dit te bewerkstelligen, dan je kinderen op te voeden volgens de islam, waarin ieder individu bescherming geniet en buitenechtelijke relaties uit den boze zijn? De islam lijkt me toch meer bescherming bieden dat de op seks gerichte maatschappij, waar vandaag de dag sprake van is. Vrouwen zijn altijd al van alle kanten misbruikt, bezwangerd, verkracht, aangerand, als minderwaardig behandeld, als reclamemateriaal en handelswaar gebruikt. Maar de schrijfster meent dat deze misstanden te wijten zijn aan de bedekkende kleding die moslimvrouwen dragen. Daarmee insinueert ze dus meteen dat al deze acties worden uitgevoerd door gefrustreerde moslimmannen. Het spijt me hoor mevrouw, maar misschien is het een betere missie om de niet-moslims wat waarden en normen bij te brengen of de moslims beter te onderwijzen in hun religie.

Een ander nadeel van de hijaab is volgens de schrijfster: “Zo’n dracht is niet alleen lelijk, maar draagt volgens mij ook bij aan een negatief zelfbeeld van het meisje. Al heel vroeg wordt daarmee haar zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde aangetast. Zo’n meisje is veel meer geneigd te gehoorzamen en alles te slikken, omdat ze zich voor zichzelf en haar lichaam schaamt.” Ten aanzien van de eerste stelling zou ik tegen de schrijfster willen zeggen: “spreek voor jezelf”. Over smaak valt immers te twisten. Jij vind misschien een topje en minirokje mooi, maar ik vind niets zo mooi als een vrouw die zich bedekt.

En met mij vele anderen. Als ik een moslimvrouw met hijaab zie, is mijn dag weer goed en voel ik mij trots dat ik moslim ben.

Ik vraag me wel eens af waarom er vandaag de dag door niemand wordt geprotesteerd tegen de wijze waarop vrouwen worden afgebeeld in de reclame op de buis; als hersenloze schaapachtige wezentjes wiens grootste zorgen bestaan uit de vraag of haar huidcreme wel hydraterend genoeg is, of haar wasmiddel nu wel genoeg enzymen bevat om ook die o zo lastige vlekken te verwijderen, of haar inlegkruisje wel onzichtbaar genoeg is en vooral niet doorlekt, of haar deodorant nu echt wel 24 uur per dag actief blijft en ga zo nog maar een poosje door… Kan een vrouw eigenlijk nog wel iets anders dan leuk lachen en mooi wezen? Is dit de basis waaraan de Westerse vrouw haar respect wil ontlenen. Noem dat maar vrijheid.

Verder vind ik het onzin dat bedekkende kleding bijdraagt aan een negatief zelfbeeld van een moslima, omdat ze zichzelf voor haar lichaam zou schamen. Wie heeft ooit beweerd dat een moslimvrouw zich voor haar lichaam schaamt? Zoals je zelf al had geconcludeerd dient de hijaab voor bescherming en niet vanwege schaamte. Overigens denk ik niet dat er an sich iets mis is met schaamte. Zo zou ik ook aan de schrijfster kunnen vragen waarom zij uberhaupt kleding draagt. Waarschijnlijk zal ze zelf beweren dat het niet is om met die kleding te pronken. Voor bescherming tegen de kou kan het met de temperaturen van de laatste dagen ook niet zijn, maar waarom dan wel? Uit een ingebouwd gevoel van schaamte wellicht? Ergo, met schaamtegevoel is niets mis, integendeel. Het is naast de bescherming tegen kou de primaire reden voor het dragen van kleding.

Daarnaast zou ik je willen wijzen op de werkelijke praktijk in de westerse samenleving (en helaas ook sommige Arabische samenlevingen) vandaag de dag. Tegenwoordig is elke vrouw op dieet, omdat ze de hele dag geconfronteerd wordt met vrouwen die slanker of mooier zijn dan haar. We kunnen het aantal sterfgevallen ten gevolge van anorexia al bijna niet meer tellen. Heb je je wel eens afgevraagd wat deze vrouwen voor zelfbeeld hebben? Ze worden door hun omgeving elke keer weer afgerekend op een beeld, waar ze nooit aan zullen kunnen voldoen. Immers is niet iedereen geschapen voor maatje 36. Elke keer als deze vrouwen worden bekeken, wordt er een meetlat naast gelegd en worden ze beoordeeld op hun uiterlijk. Wat denk je nu werkelijk dat dit met het zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde van een vrouw doet? Zijn dit nu juist niet de meisjes en vrouwen die zichzelf voor hun lichaam schamen, omdat zij niet kunnen voldoen aan het ideaalbeeld van de anorexiameisjes, die als ‘modebeeld’ gelden?

Als ik verder lees kom ik bij de volgende passage, welke werkelijk onbegrijpelijk is uit de mond van een moslima (zoals zij zichzelf noemt): “Ibn Abbas, baseert zich op wat hij via via over de profeet zou hebben gehoord, hij was er volgens de overlevering zelf niet bij, en toch moeten we onze dochters daarom tegen hun zin hun hele lichaam laten bedekken, tot hier in Nederland toe, terwijl de Koran zegt dat ze zich moeten matigen in hun sieraden en opmaak. Schuiven we de Koran aan de kant en volgen we de woorden van Ibn Abbas?” Ik ben bang dat de schrijfster geen idee heeft wie Abdoellah Ibn Abbas werkelijk was. Als zij ook maar begunstigd zou zijn met een miljoenste percentage van zijn wijsheid en toewijding aan de Islam, zou ze niet eens tot het schrijven van dit boek zijn gekomen. Laten we even kort kijken naar wie Ibn Abbas was en wat hij voor de Islam heeft betekend.

Ibn Abbas was opmerkelijk vroeg volwassen en hechtte zichzelf sindsdien aan het bedienen van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Tijdens het gebed stond hij vlak achter de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en wanneer de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) ging reizen, vergezelde hij hem altijd. Abdoellah werd dus een soort schaduw van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) en was altijd in zijn gezelschap. In al deze situaties was hij erg aandachtig en alert naar alles wat door de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) gezegd werd of gedaan. Zijn hart was enthousiast en zijn jonge verstand was puur en rein, hij registreerde de woorden van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) met een ongekende capaciteit en met de nauwkeurigheid van een taperecorder. Op deze wijze werd Abdoellah Ibn Abbas zoals wij hem later zullen kennen als een van de meest geleerde en gerespecteerde metgezellen van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem). Een metgezel die de moslimnatie van 660 overleveringen van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) voorzag, welke werden opgenomen en geauthentiseerd in de collecties van Boekhari en Moslim. De profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) had hem zo lief dat hij hem altijd naar zich toe trok en hem vaderlijk op zijn schouders klopte en zei: "O Allah geef hem kennis en wijsheid van de islam en laat hem zich verdiepen in de mening en interpretaties van geloofskwesties”. Tijdens het leven van profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem), miste Abdoellah geen enkele bijeenkomst en hij onthield alles wat de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei meteen. Na het overlijden van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) bezocht hij zoveel mogelijk metgezellen die langer met de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) waren, om van ze te leren. Als hij vernam dat iemand een overlevering van de profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) kende die hij nog niet kende, ging hij meteen naar hem toe om die hadeeth te noteren. Hij ging zelfs naar dertig verschillende metgezellen om een zaak te verduidelijken. Sa’d ibn abi Waqqaas beschreef hem met deze woorden: "Ik heb nooit iemand gezien die sneller van begrip was en die meer kennis en wijsheid bezat dan Abdoellah ibn ‘Abbaas. Al deze kwaliteiten resulteerden in feit dat Abdoellah werd benoemd als "De geleerde van de Oemmah (natie)". Abdoellah ibn ‘Abbaas wilde zijn kennis niet slechts voor zichzelf houden, maar voelde zich verplicht om zijn kennis te delen met zij broeders en zusters. Het gevolg was dat zijn huis veranderde in een universiteit. Een van zijn metgezellen vertelt: "Ik zag mensen voordringen op de wegen die leiden naar het huis van Abdoellah ibn ‘Abbaas tot er helemaal geen plaats meer was binnen zijn huis of zijn plein. Abdoellah ibn ‘Abbaas was consequent in zijn toewijding. Hij vaste vaak vrijwillig en bad vaak lange nachten. Hij huilde wanneer hij Qor-aan las. Wanneer hij verzen reciteerde die met de dood, wederopstanding en straf te maken hadden huilde en snikte hij zo hard dat zijn stem zwaar werd en wegvaagde.

Ibn Abbas, die begunstigd was met zoveel kennis en zo toegewijd was aan de Islam, wordt door de schrijfster afgedaan als een of andere nietszeggend figuur. De schrijfster zegt verder: “De woorden van Ibn Abbas hebben de wereld op een bepaalde manier vormgegeven. Zijn uitleg kwam de mannen wel goed uit. Vanwege hun diepgewortelde angst voor vrouwen en voor de macht van de vrouwelijke schoonheid volgden alle moslimtheologen, zonder uitzondering, maar al te graag de woorden van Ibn Abbas. Zijn woorden hebben de moslims meer beinvloed dan de woorden van de koran.” Wat een rijke fantasie heeft deze schrijfster en wat een complot heeft zij in elkaar gezet! Alle moslimtheologen zouden zich uit eigenbelang hebben onderworpen aan de valse woorden van Ibn Abbas! Deze woorden van de schrijfster maken duidelijk dat zij er geen idee van heeft waar het in de islam in werkelijkheid om draait. Iedere moslim wil immers het paradijs bereiken en Allah maakt talloze keren in de Koran duidelijk dat degene die de Islam naar zijn eigen verlangens aanpast (zoals de schrijfster), het paradijs niet zal binnentreden. Dus zouden al deze moslimgeleerden nu echt hun plaats in het paradijs opgeven om van een vrouw te verlangen dat zij haar lichaam bedekt? Klinkt dit nu echt logisch? Ik ben bang dat de schrijfster zich heeft laten misleiden door de misstanden die zich in de kerk hebben voorgedaan met priesters, die zichzelf een belangrijke positie hebben toebedeeld als intermediair tussen de gelovige en God. Maar in de islam kennen we dit niet. We hebben het hier over geleerden die hun gehele leven in het teken hebben gezet van de Islam. Die waakzaam waren op hun gebed en vele extra gebeden verrichten, die vrijwillig vastten, wiens tranen van hun wangen biggelden als ze een tekst over het hellevuur hoorden, die hebben geleden vanwege hun standvastigheid en zijn gevangen genomen door de toenmalige heersers. Geleerden die vele uitspraken hebben gedaan, waarin de rechten van de vrouw worden erkend en vastgelegd. En aan de andere kant hebben we een vrouw uit Egypte, die terug wenst te gaan naar de tijd dat ze nog een minirokje kon dragen en na bijna een kwart eeuw in Europa te hebben doorgebracht, voor de eerste keer de Koran openslaat. Wie denkt ze nu dat een serieuze moslim eerder zal volgen. Iemand die Allah volgt, of iemand die zijn eigen verlangens volgt? Voor mij en voor vele andere moslims is de keus niet moeilijk. Maar ja, ze zegt natuurlijk wel precies wat veel mensen graag willen horen.

Het volgende hoofdstuk van de Koran dat de schrijfster behandelt is vers 2:223. Zij zegt hierzelf over: “Zelf geinterpreteerd door een vrouw zal de koran niet plotseling verlost zijn van alle onvriendelijke, onrechtvaardige teksten over vrouwen.” Ik begin bijna nieuwsgierig te worden, wat ze nu weer te melden heeft, want als je de betekenis van dit vers kent, vraag je je toch echt af wat ze hier nu voor vrouwonvriendelijks aan kan ontdekken. De tekst van het vers luidt als volgt:

“Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt. En stuurt voor jullie zelf (goede werken) vooruit en vreest Allah en weet dat jullie Hem zeker zullen ontmoeten. En geeft verheugende tijdingen aan de gelovigen”.

De schrijfster zegt dat dit vers een beeld bij haar oproept van een vrouw die haar hele leven niets anders doet doen passief op haar rug liggen, terwijl ze door haar man geploegd, bezaaid en bewaterd wordt. Dit is wel weer een duidelijk voorbeeld van de totale desinteresse die de schrijfster heeft om de werkelijke betekenis van verschillende verzen te doorgronden. Als zij maar enigszins de moeite had genomen om de betekenis te achterhalen, had zij kunnen weten, wat de betekenis is van dit vers. Ze zegt verder naar aanleiding van dit vers: “Het opgeroepen beeld spreekt mij als moderne moslimvrouw allerminst aan. Sterker nog, vanwege deze en enkele andere passages voel ik me verraden en teleurgesteld in de Koran. Ik kan me voorstellen dat de houding tegenover vrouwen die in sommige teksten is aan te treffen, een wig drijft tussen het geloof en menige intelligente, onafhankelijke vrouw van nu.” In reactie hierop zou ik haar willen zeggen, dat toch niemand haar dwingt om moslim te zijn? Als zij zo modern is en teleurgesteld in de Koran, wat houdt haar dan nog binnen de Islam? Zij was het immers ook al niet eens met de waarde die overleveringen hebben en eerlijk gezegd heb ik nog niets ontdekt waar ze het wel mee eens is.

Maar om terug te komen op het vers. Ik wil hier eigenlijk verder niet ingaan op de schaamteloze manier waarop de schrijfster haar vertwiste gedachten over dit vers verwoord. Ze gebruikt werkelijk afschuwelijke woorden, die ik ten opzichte van mijn moeder niet in mijn mond zou durven nemen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk op dit moment echt heel veel moeite moest doen om het boek niet naast me neer te leggen, danwel te verscheuren. Maar ik had nu eenmaal toegezegd dat ik zover zou lezen, als de boekenlegger zich in het boek bevond. Dus ik heb me er toch maar doorheen geworsteld. Ik wil je echter wel kort de werkelijke betekenis van dit vers uitleggen en de achtergrond ervan, aangezien er in de Islam geen schaamte is en ik wil aantonen dat de schrijfster wederom alles verdraait. De achtergrond van dit vers wordt duidelijk, wanneer we de volgende hadith lezen: “Jabir (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

“De joden beweerden dat als men zijn vrouw van achter benadert, het kind scheel geboren zou worden. Daarop openbaarde Allah: “Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt”. De Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) zei toen hij dit vers uitlegde: “Het is toegestaan om de vagina van je vrouw te benaderen, van de achterkant of van de voorpositie” (overgeleverd door Bukhari en Muslim).” De reden dat hier het woord ‘akker’ wordt gebruikt, is omdat dit een nette manier is om de vagina aan te duiden. Een akker is immers een stuk land dat vruchtbaar is en alleen wanneer geslachtsgemeenschap via de vagina plaatsvindt, is er sprake van mogelijke vruchtbaarheid. Dit vers behelst dus kortgezegd een verbod op sodomie. De schrijfster erkent dit na vele omwegen uiteindelijk ook wel in mindere mate, maar insinueert vervolgens dat dit een soort ‘tegemoetkoming’ was van de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) uit zwakheid: “Wanneer we deze verhalen in ogenschouw nemen en bedenken dat de mannen met de profeet hun geboortestad hadden verlaten omdat ze vervolgd en gemarteld werden, dat zij omwille van het nieuwe geloof alles hadden opgegeven en bereid waren om met inzet van hun leven de islam te vestigen, dan lijkt het ons hoogst onwaarschijnlijk dat de koran de vrouwen van Medina op dit punt gelijk zou geven. Het was niet te verwachten dat de profeet zijn mannen en metgezellen zou teleurstellen om de vrouwen van Medina te steunen in hun seksuele onafhankelijkheid”. Ik vind het werkelijk ongelofelijk hoe de schrijfster elke keer weer probeert om vaststaande feiten te verdraaien, zodat ze in haar feministische straatje passen. Verder is het voor een moslim ongehoord om te geloven dat de Profeet zomaar zijn eigen regeltjes vaststelde, om zo de mensen tevreden te stellen. Maar ja, de schrijfster schuwt klaarblijkelijk geen middel om haar zwakke verhaal te ondersteunen.

Als ik weer een stukje verder lees, stuit ik op de volgende onbegrijpelijke passage in het boek: “Al wil je nog zo graag geloven dat dit vers in andere tijden gewoner klonk dan in de moderne tijd, of dat het anders bedoeld is dan het lijkt, hoe je het ook wendt of keert, het blijft pijnlijk. Ik kan me moeilijk aan de indruk onttrekken dat het een partijdige God moet zijn geweest die zo’n tekst geopenbaard heeft”. Ik vraag me werkelijk af hoe zij God als partijdig durft te bestempelen, louter en alleen, omdat zij al Zijn woorden verdraaid. Ik kan hier lang en kort over praten, maar ze haalt hiermee de fundamenten in haar geloof in de Islam geheel onderuit. Gelukkig is het niet aan mij om mensen als moslim of niet-moslim te kwalificeren en dat oordeel laat ik liever aan Allah over. Ik vrees voor haar echter de dag dat ze zal worden beoordeeld over hetgeen haar tong heeft gesproken en hetgeen haar handen hebben voortgebracht. Ze zegt samengevat dat Allah dicrimineert, partijdig is, dat de vrouw in de Islam onderdrukt wordt, dat alle mannen in de Islam slecht zijn, dat Ibn Abbas loog, dat Omar Ibn al-Khattaab een vrouwenhater was en dat zij zelf alle waarheid in pacht heeft. Ik vraag me werkelijk af waarom iemand die met deze gedachten rondloopt, zichzelf uberhaupt nog moslim zou willen noemen.

Maar als we dan nog even verder lezen, dan wordt haar doelstelling met dit boek eindelijk duidelijk: “Als vrouw geniet ik Gods voorkeur niet, ik word niet voorgetrokken en heb geen streepje voor. En toch presteer ik het om volwaardig, zelfstandig en onafhankelijk te leven. Ik leid het bevoorrechte leven dat Hij uitsluitend voor zijn bevoorrechte geslacht, zijn lievelingssekse heeft gereserveerd. Ik ben aan ieder mannelijke autoriteiten ontsnapt: ik verdien mijn eigen inkomen, zorg voor mijn gezin, heb mijn werk, mijn huis, neem beslissingen zonder iemands tostemming en het gaat me prima af. Hoe vindt u dat God? In een moment van woede en teleurstelling over sommige koranteksten schreef ik bovenvermeld fragment. Toch vraag ik God vergiffenis voor deze aanmatigende woorden...Hoe die mensonwaardige teksten in de Koran terecht zijn gekomen weet ik niet, maar ik kan ze niet aanvaarden. Het enige wat ik tegen God kan zeggen als deze teksten werkelijk afkomstig zouden zijn, is dit: ter wille van de verwerkelijking van Uw plan en het mijne, ter wille van de geweldige potentie waarmee U de mens, vrouw en man gelijk, gezegend hebt, ter wille van mijn geloof in U en in de bestemming waarvoor ik door U geschapen ben, wil ik mijn evolutie en ontwikkeling niet laten tegenhouden door teksten die veertien eeuwen geleden misschien niet anders geschreven konden worden, maar die nu onmogelijk als basis voor mijn bestaan en voor mijn zelfbeeld kunnen dienen...God vergeef mij dat ik Uw teksten bekritiseer en ik vergeef U voor deze beledigende vrouwonwaardigende teksten”. Wat een woorden en wat een arrogantie. Denkt zij nu echt dat God haar vergiffenis nodig heeft? Na het lezen van deze passage werd het me eindelijk duidelijk. Deze vrouw worstelt met haar identiteit en doet naarstig een poging om haar eigen ‘islamitische’ achtergrond niet los te laten, maar deze aan te passen aan haar eigen lusten en verlangens. Dit is de enige manier waarop zij haar gedrag kan rechtvaardigen. Ze wil geen afstand doen van haar moslimachtergrond, maar wil ook graag dat meisje zijn van 13 jaar in het mini-rokje. De enige manier voor haar om deze doelstelling te bereiken is om de Koran op de door haar gewenste manier te intrepreteren. Een ware identiteitscrisis dus. Best triest eigenlijk...

Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog een klein stukje verder heb gelezen, omdat ik de boekenlegger nog niet had bereikt. Maar toen ik de volgende passage las was ik blij dat ik het boek bijna weg kon leggen: “Zo blijken er toch nog koranteksten te bestaan die tot nog toe onbegrepen of onduidelijk zijn gebleven, wat ook wel logisch is, aangezien de gemiddelde schriftgeleerde niet over een al te hoog IQ beschikte. Nog eenvoudiger van begrip zijn vaak de sjeiks, de voorgangers en de mollahs. De algemene ontwikkeling van een imam of mollah wordt niet hoger geschat dan die van een leerling van 3 of 4 mavo”. Wederom een beleding voor mensen die hun hart en ziel in de islam hebben gelegd. Ik liet me na het lezen van deze passage bijna verleiden tot het doen van uitspraken over het door mij ingeschatte IQ van de schrijfster Nahed Selim, waar toen bedacht ik me dat het beledigen van anderen niet is toegestaan in de Islam. Een ware gelovige dient zijn tong te beheersen. Maar ik kan je wel vertellen wat een opluchting het was dat ik na deze passage eindelijk de boekenlegger had bereikt!

De enige reactie die ik tenslotte nog op het boek zou kunnen geven, is de reactie die Allah zelf in de Koran geeft ten aanzien van zulke mensen als deze schrijfster. En met deze verzen wil ik (deze ietwat lang geworden reactie) afsluiten.

Degene die de Dag des Oordeels loochenen. En niemand loochent die behalve elke zondige overtreder. Wanneer Onze Verzen aan hem worden voorgedragen, zegt hij: “Fabels van de vroegeren” (soerah 83:13).

“Voorwaar, degenen die over de Verzen van Allah redetwisten zonder een bewijs dat tot hen is gekomen: in hun harten is niets dan hoogmoed waardoor zij het (doel) niet bereiken. Zoek daarom je toevlucht tot Allah: voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende. (soerah 40:56).

Zeg: “Als de mensen en de Djinns zich zouden verzamelen om het gelijke van deze Koran te maken; dan kunnen zij niet het daaraan gelijke komen, zelfs al zouden zij elkaar tot hulp zijn.” En voorzeker, Wij hebben voor de mensen in deze Koran alle (soorten) vergelijkingen uitgelegd, maar de meeste mensen weigeren het, behalve in ondankbaarheid”.

“Wee dan degene die de Schrift met hun eigen handen schrijven en vervolgens zeggen:”Dit komt van Allah”. Om het te verruilen voor iets van geinge waarde. Wee dan hen vanwege wat hun handen geschreven hebben en wee hen vanwege wat zij verrichtten” (soerah 2:79).

Ik hoop dat mijn reactie op enige wijze heeft kunnen bijdragen aan het wegnemen van onbegrip dat jij hebt, over mijn keuze voor de islam, en dat je misschien meer begrip krijgt voor hetgeen waar het werkelijk om draait in de islam. Misschien zul je nu zelf ook beter in staat zijn een kritische houding aan te nemen ten aanzien van alle publicaties over de islam. En ik hoop tenslotte dat Allah deze vrouw zal leiden en haar werkelijk in laat zien, wat de waarde van de vrouw is in de Islam.

--------------------------------------------------------------------------------

[1] Als moslim is het gebruikelijk om na het noemen van de naam van de profeet Mohammed “Allah’s vrede en zegeningen zij met hem” te zeggen. Ook na het noemen van namen van andere profeten, zoals Jezus (Iesa), Mozes (Moesa) en Ibrahim (Abraham) zeggen moslims ‘vrede zij met hem’. Het viel me direct al op dat de schrijfster van dit boek deze woorden achterwege liet, terwijl eigenlijk iedere moslim deze regel hoog in het vaandel heeft staan.

[2] Hier zegt de schrijfster iets wat simpelweg niet klopt. Istigarah is niet het openslaan van de Koran op een willekeurige keuze door een vrome moslim om een keus in het leven te kunnen maken. Istigarah is een gebed wat een moslim verricht op een moment dat hij moet kiezen tussen twee toegestane zaken, waarin hij een smeekbede verricht en Allah om leiding vraagt. Dit heeft dus niets te maken met het openslaan van de Koran.

[3] Overigens wil ik in dit kader nog even wijzen op een andere fout die de schrijfster heeft gemaakt, bij haar beschrijving van de samenstelling van de Koran, hoewel dit niet echt van belang is voor de bespreking van het onderwerp van de bedekking van de vrouw. Zij stelt namelijk dat de Surahs in de Koran niet zijn geordend door de Profeet, maar door een latere redactiecommissie, waarbij de lengte van de soerah het enige criterium zou zijn geweest. Dit is overduidelijk onjuist. Wederom geeft de schrijfster er blijk van dat ze de Koran nimmer op enige wijze bestudeerd heeft. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Soerah 103, dan zie je dat deze soerah slechts 3 verzen beslaat. Soerah 102 en 104 bevatten echter respectievelijk 8 en 9 verzen. Vrij onzinnig dus om te beweren dat de lengte van de Surah bepalend is geweest bij de ordening. In werkelijkheid is de volgorde van de Koran bepaald door Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem), die hierop werd gewezen door de Engel Djibriel (Gabriel). Als je interesse mocht hebben over de vaststelling van de verzen van de Koran heb ik hier nog wel een artikel over, maar dat gaat de bespreking van dit onderwerp even te buiten.