Homepagina
  Introductie
  Gedichten
  Links

  Evenementen
  Vrouw en Islam
  Nieuwe Moslima's
  Dagelijks leven

  Familie
  Geloof
  Wat is nieuw
  Contact


Geloof




Tafsier
Artikelen
Gebedstijden
Koran en Bijbel vergeleken


 

De Koran en de Bijbel in verhalen

Tijdens het Sinterklaasfeest worden wij er even aan herinnerd dat vroeger een bruid aan de bruidegom een bruidsschat moest overhandigen. Zo’n bruidsschat bestond uit linnengoed, potten en pannen, maar liefst ook uit geld. Het verhaal gaat dat die Nicolaas de bruidsschat verzorgde van drie dochters van een verarmde edelman. De drie meisjes restte geen andere oplossing dan om door prostitutie in hun levensonderhoud te voorzien. Toen gooide Nicolaas gouden munten door het raam bij wijze van bruidsschat. De meisjes waren gered. Dat verklaart het 'strooien' met pepernoten en snoepgoed, en vooral chocolade-muntjes. Ook wordt verteld dat het geld terechtkwam in de schoenen van de meisjes.

Het interessante nu is dat het in de Koran de man is die aan de bruid een bruidschat geeft. Zij mag daar geheel zelfstandig over beslissen. Alleen als zij het wil mag de man er iets van mee snoepen. Ze mag het bij een eventuele echtscheiding meenemen. Het was trouwens de plicht van de man om de vrouw ook na een scheiding te onderhouden. In het Nieuwe Testament is scheiden min of meer taboe.

Mogen de pepernoten je... getrouwd, gescheiden of alleenstaand, man of vrouw, meisje of jongen... goed smaken!

Voor meer, zie de website: Bijbel en Koran

 

Bestel het boek

 

Abraham/ Ibrahiem en zijn zonen

Abraham / Ibrahiem is een belangrijke figuur in Bijbel en Koran, die ook in de hedendaagse interreligieuze dialoog een voorname rol speelt. In de Koran is soerat 14 naar Ibrahiem genoemd, in de Bijbel is het verhaal van Abraham in Genesis te vinden, maar ook elders wordt aan hem gerefereerd. Via zijn eerstgeboren zoon Ismaël enerzijds en zijn zoon Isaak anderzijds zou hij van Arabieren en Israëlieten de stamvader zijn. In het Nieuwe Testament wordt de verwantschap met Abraham abstracter gezien, als niet door afstamming, maar door het geloof bepaald.
In beide boeken is Abraham/Ibrahiem een man die afrekent met het verleden en nieuwe paden inslaat. In de Bijbel trekt hij weg van vader en volk om vervolgens een verbond te sluiten met God, waarin aan zijn afstammelingen, op voorwaarde van goed gedrag, het land Kanaän wordt beloofd. Zo wordt verteld hoe God tot de enige God wordt van dat ene volk.
In de Koran staat het verhaal over Ibrahiem en Allah op een hoger abstractie niveau. Ibrahiem bevrijdt zich van afgoden, door in te zien dat wat anderen aanbidden, - de zon, de maan etc. - slechts aspecten of onderdelen van de schepping zijn. Allah, de schepper, gaat ver boven al het geschapene uit. Hier wordt het monotheïsme losgemaakt van enig volk, algemeen geldig verklaard, en rechtstreeks gesteld tegenover het veelgodendom van de (voor)vaderen. Met zijn stellingname tegen afgodsbeelden haalt Ibrahiem zich de woede van zijn volk op de hals, zij leggen hem het vuur letterlijk aan de schenen.
In de Koran valt zijn volk Ibrâhîm aan en gooit hem vervolgens in het vuur. Maar Allah redt hem van zijn belagers door het vuur koud te maken. Hij trekt vervolgens weg van zijn vader en zijn volk om een nieuwe weg in te slaan.
Het verbod op het maken en vereren van afgodsbeelden is ook in de Bijbel belangrijk, het wordt in Exodus en Deuteronomium in de context van het Mozes verhaal uitdrukkelijk aan de orde gesteld.

Beide boeken beschrijven de dramatische gebeurtenissen rond de twee zonen van Abraham/Ibrahiem. De eerstgeborene is Ismaël, volgens de Bijbel op verzoek van Abrahams vrouw Sara verwekt bij de Egyptische slavin Hagar. Het Bijbelse verhaal is er één van vooroordeel, verbanning en verdriet. Tot twee maal toe wordt Hagar gedwongen de tent van Abraham te verlaten en de woestijn in te vluchten. Maar God en zijn engel steken tot tweemaal toe de helpende hand uit. Zo ontdekt Hagar, net voordat Ismaël van de dorst omkomt, op tijd een waterbron.

De weinige woorden die aan Isma'iel in de Koran besteed worden hebben een zeer positieve lading. Hij wordt in één zin genoemd met de grote profeten. Het verhaal van Hajar en Isma'iel wordt summier behandeld, zonder uitdrukkelijke vermelding van Hajar. Het vers 14: 37 wordt pas begrijpelijk tegen de achtergrond van het overgeleverde verhaal (hadith) dat Ibrahiem Hajar en Isma'iel niet zonder meer (zoals in het Bijbelse verhaal) de woestijn in stuurde, maar hen bracht naar de ruines van het heilige huis, de Ka'ba in Mekka. Daar zou Hajar, in dat woeste en droge oord, wanhopig op zoek naar water voor haar baby zoon, zeven keer op en neer zijn gerend tussen twee bergen, de as-Safa en de al-Marwa berg. Hajar wordt zelf in de Koran niet met name genoemd, maar de beide bergen wel. Het zeven keer heen en weer rennen, mede ter ere van het geduld van Hajar, is één van de verplichte rituelen tijdens het volbrengen van de Haddj, (bedevaart) naar Mekka, die elke Moslim zo mogelijk éénmaal in zijn of haar leven moet brengen. Daarbij drinken pelgrims nog altijd van de bron (ZamZam) die Hajar en Isma'iel uiteindelijk gered heeft.

Ook over Ishaak de tweede zoon van Ibrahiem, is de Koran lovend. Uitgebreid wordt in Bijbel én Koran ingegaan op de aankondiging van zijn geboorte door drie gezanten van Allah, en op het wonder van de geboorte van een kind uit bejaarde ouders.

De dramatische gebeurtenis van het bijna offer van Abrahams zoon Isaak komt ook in de Koran voor, maar daar wordt daar gaat het (naar islamitische overlevering) om Isma'iel. Er wordt immers gesproken over de eerstgeborene. Er zijn nuance verschillen tussen de twee versies van het verhaal. Anders dan Abraham krijgt Ibrahiem geen goddelijk bevel, maar ziet in een droom dat hij zijn zoon zal offeren. Hij is ook openhartiger en bespreekt het offer met zijn zoon, waar Abraham het kind Isaak in het duister laat. Bijzonder is de bereidheid van het kind Isma'iel om aan het offer mee te werken.
Isma'iel, in het offer verhaal niet bij naam genoemd, wordt dat wel uitdrukkelijk als het gaat om het (weer) op bouwen van het heilige huis, de Ka'bah in Mekka. Hij helpt zijn vader dit heilige huis in gereedheid te brengen voor het offerfeest, dat nog altijd door moslims gevierd wordt na de periode van de haddj of bedevaart naar Mekka.

De twee broers treffen elkaar volgens de Bijbel nog één keer bij de begrafenis van hun vader. Na Abrahams dood krijgt Isaak Gods zegen. Bij zijn vrouw Rebekka krijgt hij tenslotte Jakob als zoon, die later de vader wordt van Jozef. (zie hoofdstuk 9) Het verhaal van Jakob en de ladder, Jakob en het gevecht met de engel komen niet voor in de Koran en worden hier dus overgeslagen.

De Koran spreekt heel kort over Ja'koeb, die met zijn vader Ishaak en grootvader Ibrahiem in hoog aanzien staan. Zij zouden de Salaat, het gebed en de Zakaat, de armenbelasting hebben ingesteld en zich bewust zijn geweest van de paradijselijke beloning voor wie goed doet.

Voor meer: zie Bijbel en Koran