Homepagina
  Introductie
  Gedichten
  Links

  Evenementen
  Vrouw en Islam
  Nieuwe Moslima's
  Dagelijks leven

  Familie
  Geloof
  Wat is nieuw
  Contact


Geloof




Tafsier
Artikelen
Gebedstijden
Koran en Bijbel vergeleken


 

Tafsier is uitleg van de koranische verzen


 

Surah Baqarah (De koe) 2:187
“…..Zij zijn een gewaad voor u en jij bent haar een gewaad……”

Uitleg:
Dit vers in de Koran onthult het basisdoel en concept van het huwelijk in de islam.
Islam schrijft voor, dat een echtgenote en haar echtgenoot de meest intieme en liefdevolle relatie behoren te hebben. Ieder van hen zou de belangen van de ander moeten beschermen, bedekken en bewaken. Dit diepzinnige en revolutionaire vers heeft de volgende vijf praktische implicaties:
Het feit dat man en vrouw worden beschouwd als gewaden voor elkaar, suggereert, dat zij alle twee een gelijkwaardige status hebben in het delen van de verantwoordelijkheden in een huwelijk.
Zoals kleding het lichaam bedekt op een manier dat er zich niets tussen de kleding en het lichaam bevindt, zouden de echtgenoot en echtgenote zo dichtbij en intiem moeten zijn, dat er geen geheimen tussen hen staan.
Beiden nemen elkaar volledig in vertrouwen en delen in elkaars vreugde en verdriet zonder schroom.
De taak van kleding is om het lichaam te beschermen tegen gevaren van buitenaf. De echtgenoten beschermen elkander dienovereenkomstig tegen alle gevaren van buiten. Zij werken samen om een thuis op te bouwen en een veilige haven, ver weg van het hardvochtige dagelijkse leven.
Kleding beschermt niet alleen het lichaam, maar geeft het ook schoonheid en sier.
Vergelijkbaar, zouden de echtgenoten elkaar niet alleen moeten afschermen van zorgen, verleidingen en misbruik van buitenaf, maar dit ook nog moeten doen met waardigheid en gratie.
Niemand wil graag leven zonder kleding, vandaar dat mannen en vrouwen zouden moeten streven naar een huwelijk zodat zij als kleding voor elkaar kunnen dienen.
Het is interessant om op te merken hoe dit vers een grote rol heeft gespeeld in de reis naar de islam van een Brits econoom en leraar, Kieren Ashorth (nu bekend als Yusuf Abdullah).
“Heel vaak, tijdens mijn reis naar de islam, werd ik geconfronteerd met intellectuele en moralistische dillema’s. Was het niet zo, dat islam werd beschouwd als zijnde wreed voor vrouwen, die toch ongeveer de helft van de wereldbevolking uitmaken?
Op een dag las ik een vertaling van de Koran en kwam het vers tegen, waarin “…..Zij zijn een gewaad voor u en jij bent haar een gewaad……” stond geschreven. 
Welk een prachtige en verheven omschrijving! Geopenbaard in een tijd, aan een ras dat de gewoonte had om hun dochters levend te begraven, hoe kon de auteur van de Koran (God) ooit een man zijn? Hoe kon de islam onderdrukkend voor vrouwen zijn? Ik begon te twijfelen aan die typische westerse meningen ten opzichte van de islam. De Koran was veel te verheven en niet van deze wereld!”
(Uit: “Why we Embraced Islam”, samengesteld door Dr. Arafat El-Ashi, pp. 93-4)

 

Surah An-nisaa 4:105
"Wij hebben het Boek met de waarheid naar jou neergezonden, opdat jij tussen de mensen oordeelt met wat Allah jou heeft getoond. En wees geen voorvechter voor de verraders".

Uitleg:
-De zaak van de "oprechte" gelovigen versus de "oneerlijke" joden.-
Het incident betrof een moslim uit Medina, Tu'mah, ook wel Bashir ibn Ubayriq genaamd, die deel uitmaakte van de Ansaarstam. Deze man stal het schild van een andere Ansaari. Terwijl er een onderzoek liep, gooide Tu'mah het schild in het huis van een joodse inwoner van Medina. De bestolen man benaderde profeet Muhammed, vrede zij met hem, en liet hem weten dat hij Tu'mah verdacht van de diefstal van zijn schild. Maar Tu'mah, gesteund door zijn verwanten en veel van zijn stamgenoten zweerden met elkaar samen en beschuldigden de joodse man van de diefstal.
Toen men de desbetreffende jood over de zaak vroeg gaf hij te kennen onschuldig te zijn. Ondertussen deed de achterban van Tu'mah er van alles aan om Tu'mah's vege lijf te redden. Om zijn "onschuld" te bewijzen voerde men het argument aan: "Maak jij een volk zwart wiens Islam en oprechtheid buiten iedere verdenking staat?"
Ze vonden zelfs dat de "oneerlijke jood", die immers de Waarheid durfde te ontkennen en die niet in Allah en de Profeet geloofde, wel onbetrouwbaar moest zijn en dat dienovereenkomstig zijn verklaring als onaanvaardbaar moest worden beschouwd.
Dit is het moment waarop Allah tussenbeide kwam met Zijn openbaring en waarmee dus de oneerlijkheid van een moslim werd onthuld:
"En wees geen voorvechter voor de verraders!". In dit vers en de daarop volgende, worden moslims streng op de vingers getikt, opdat ze geen misdadigers verdedigen of corruptie ondersteunen, ook al gaat het om familie of verwanten, ook al zien deze mensen er uit als "oprechte moslims".
-De universele en oneindige rechtvaardigheid van de Islam-
Volgens de leringen van de Islam dient een moslim, vanaf het eerste moment dat hij/zij er voor kiest volgens de regels ervan te leven, een groot voorvechter te zijn van rechtvaardigheid, om op te komen voor de onderdrukten en degenen wie onrecht wordt aangedaan- of het nu om een moslim gaat of niet- en om tegen een onderdrukker in te gaan, of dit nu een moslim is of niet.

Het opkomen voor recht kan nimmer betrekking hebben op uitsluitend moslims.
Hiervan getuigt de islamitische manier van leven, de ihsaan (excellentie) het beste, waarbij absolute rechtvaardigheid voorrang heeft op de tekortkomingen en de zwakheden van afzonderlijke moslimgelovigen. Als we kijken naar de toestand van de moslims vandaag de dag dan kan men zich afvragen waar die oneindige en universele gelijkheid, rechtvaardigheid en vrede is gebleven in hun landen en gemeenschappen. Moslims hebben door de geschiedenis heen leiders gehad die regeerden met rechtvaardigheid en gelijkheid, met tientallen verschillende minderheden in hun midden en waarin men in pais en vree met elkaar leefde.
Samengesteld uit: "To be a European Muslim" door Tariq Ramadan.(The Islamic Foundation, Leicester, UK, 1999), pp.22-23. en "Towards Understanding the Quran", vol.2, door Sayyid Abul Ala Mawdudi.


Surah Al-A'raaf 7:22
“Toen zij dan van de boom geproefd hadden werd hun schaamte zichtbaar voor hen en begonnen zij zich te bedekken met aaneengehechte bladeren uit de tuin.”

Uitleg:
BESCHEIDENHEID EN BEDEESDHEID ZIJN INHERENT AAN DE MENSELIJKE NATUUR
De primaire manifestatie van dit instinct is te zien in het gevoel van schaamte wat men voelt wanneer men de privé-delen van het lichaam moet laten zien in het bijzijn van anderen.
Volgens de Koran is deze bedeesdheid niet kunstmatig, noch een uiting van ontwikkeling in de menselijke cultuur en beschaving. Noch is het verkregen zoals sommige misleide denkers beweren. In tegendeel, bescheidenheid is een integraal deel van de menselijke natuur vanaf het eerste begin.
SATAN’S EERSTE LIST
Het seksuele instinct van de mens is door Satan gebruikt als het meest kwetsbare aspect van de menselijke natuur. Vervolgens heeft hij de menselijke natuurlijke instincten van bescheidenheid en bedeesdheid verzwakt.
Deze duivelse list wordt ook in onze tijd nog steeds gevolgd door de discipelen van Satan. Voor hen is vooruitgang onbegrijpelijk zonder de vrouw voor het oog van ieder te exposeren en haar zich op de een of de andere manier te laten ontkleden.
HET WAS NIET DE BOOM….
Het was geen uitzonderlijke kwaliteit van de verboden boom welke tot de zondeval heeft geleid, het was eerder de ongehoorzaamheid van de mens aan God.
Dit was de manier om aan de mensheid in alle tijden te laten zien dat de mens God’s steun en bescherming geniet zolang hij gehoorzaam is aan Hem.
(Uit: “Toward understanding the Quran” door Abul Ala Maududi, vol. III p. 12)

 

Surah Yunus: 10:57
"O mensdom! Er is van uw Heer een vermaning tot u gekomen en genezing voor wat in de harten is en een leiding en barmhartigheid jegens de gelovigen"

Uitleg:
De lezer zou de Koran moeten benaderen terwijl hij zich volledig bewust is van het antwoord op de volgende vragen: Voor wie is de Koran een genade? Voor wie is dit boek een genezing? Voor wie is het een leiding? Voor wie is de Koran in feite uiteindelijk geopenbaard?
Het antwoord op al deze vragen is één en dezelfde: De Koran is een genade, genezing en leiding en is geopenbaard voor het belang van IEDER individu die erin wenst te geloven en die het wenst te volgen.
Vandaar dat in essentie de Koran geopenbaard is voor de lezer zelf. Bovendien, door zijn leer te volgen en te accepteren, handelt een persoon vanuit het beste winstoogmerk voor zijn of haar eigen ziel, zoals God zegt in de Koran: 
"Er zijn inderdaad bewijzen van uw Heer tot u gekomen, wie dus ziet het is voor hemzelf en wie blind wordt het is tegen hemzelf". (Koran 6:104)
Khurram Murad verklaard in "Way to The Quran"
“Er bestaat geen twijfel over het feit dat de Koran is geopenbaard op een bepaald moment in de geschiedenis, en dat jij het indirect ontvangen hebt door personen, tijd en ruimte. Maar de Koran is het woord van de Eeuwig Levende God, het is eeuwig geldig en het spreekt ieder individu persoonlijk aan.
Dus, laat al deze tussenpersonen even terugtreden en laat jezelf toe om de Koran te lezen alsof hij rechtstreeks tot jou spreekt, als een individu en als lid van een gemeenschap in jouw tijd.
De gedachte alleen al aan zulk een directe benadering, zal jouw hart in de ban houden terwijl je leest…
Werkelijk, er is niet één enkele passage in de Koran die niet een persoonlijke boodschap voor jou in zich heeft, je moet alleen het besef hebben en het verlangen om ernaar te zoeken!" 
Wanneer was de laatste keer dat jij de Koran benaderde en opende met de gedachte om de genade, de leiding en de genezing van Allah, de Almachtige de Majestueuze, rechtstreeks te ontvangen?
Uit: "How to Approach and Understand the Quran" door Shaykh Jamal-ud-Din Zarabozo, pp. 167-172

 

Surah Al-Israa 17:13
“En bij iedere mens hebben Wij zijn lotsbestemming aan zijn nek vastgemaakt”

Uitleg:
De oorzaken die leiden tot onze ultieme bevrijding, ons diepste geluk of oneindige misère, liggen in onszelf. Het is het op de juiste wijze benutten van onze natuurlijke kwaliteiten, ons beoordelingsvermogen en beslissingen, onze voorkeuren en keuzes die ervoor zorgen dat je ofwel geluk ofwel verdriet verdient.

Mensen die het niet goed begrepen hebben houden externe factoren verantwoordelijk voor hun voorspoed.

Als mensen zichzelf kritisch zouden onderzoeken, dan zouden zij waardering hebben voor het feit dat de factoren welke hen op de weg van destructie hebben gebracht en uiteindelijk tot hun ondergang hebben geleid binnen henzelf liggen – hun eigen slechte karaktertrekken en verkeerde beslissingen. Hun destructie was niet over hen gekomen door factoren van buitenaf.
(Uit: “Toward understanding the Quran” door Abul Ala Maududi, vol. III p. 12)

 

Surah Al-Israa 17:54
"Jullie Heer kent jullie beter. Indien Hij wil, begenadigt Hij jullie; of, indien Hij wil, bestraft Hij jullie. En Wij hebben jou (O, Moehammad) niet als voogd tot hen gezonden"

Uitleg:
Het past niet bij gelovigen om op te scheppen en om te zeggen dat ze per definitie in het paradijs terecht zullen komen. Of om tegen andere personen of groep mensen te zeggen dat die tot het hellevuur zullen behoren. Want alleen Allah Ta'la heeft de bevoegdheid om te beslissen wie in paradijs komt of in het hellevuur komt. Hij is de enige die de mensen heel goed kent en de Enige die over zowel verborgen als onverborgen dingen weet, die nu en in de toekomst plaatsvinden. Hij is de enige die zal beslissen aan wie Hij Zijn Barmhartigheid toont en wie Hij bestraft.
Het enige dat een mens wel met zekerheid kan zeggen, om de leerstellingen van de Quraan te verkondigen, is aangeven welk type mensen de Barmhartigheid van Allan verdient en welk type mensen de bestraffing van Allah verdient. Niemand op deze aarde heeft het recht om te zeggen dat een bepaalde persoon gestraft of vergeven zal worden door Allah.

Vermoedelijk was deze uiting gedaan naar aanleiding van de voortdurende oppressie door de ongelovigen waaraan de Moslims onderworpen werden. Sommige Moslims zouden in de verleiding zijn gekomen om tegen hun meest wrede tegenstanders te zeggen dat ze tot het hellevuur gedoemd zouden zijn of dat Allah ta'la hen zou bestraffen voor hun gedrag.

De missie van een Boodschapper is slechts om mensen uit te nodigen tot het goede pad. Het lot van de mensen is niet in zijn handen, noch is hij geautoriseerd om een oordeel uit te spreken over de mensen of om te beslissen wie in het hellevuur zal komen of wie de Barmhartigheid van Allah Ta'la krijgt.

De hierbovengenoemde observatie kan absoluut niet impliceren dat de Profeet (s.a.w) zo een fout had en dat hij hierop werd aangesproken. Het belang van deze verklaring is, om als een waarschuwing te dienen voor moslims in het algemeen tegen het aannemen van zo een houding. Want zolang de Profeet (s.a.w) de autoriteit niet heeft om aan te geven wie het hellevuur verdient en wie de paradijs verdient, hoe is het dan mogelijk dat gewone moslims gerechtvaardigd zouden zijn om zulke beslissingen te maken.
[Uit "Towards Understanding the Quran" Vol. V by Abul Ala Mawdudi, (The Islamic Foundation, UK), p. 51-52]


Surah Al-Anbiija 21:47
"En Wij zullen op de dag van het Laatste Oordeel rechtvaardige weegschalen opstellen en niemand zal in iets onrecht worden aangedaan. Al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen de daden van iedereen brengen; Wij zijn als afrekenaar voldoende."

Uitleg:
Allah, de Rechtvaardige en de Barmhartige, zal naar de kleinste daad, woord, gedachte, actie of motief vragen, al is het zo klein als een mosterdzaadje. 

Het is moeilijk om vast te stellen wat de exacte vorm en aard van de weegschaal zal zijn. Eén ding is echter zeker; dat het de goede en slechte daden zal wegen en daardoor precies de morele waarde van elke persoon aan zal geven. 

Er wordt nagegaan hoe goed of slecht iemand was. Allah gebruikt daarom het vertrouwde woord – weegschaal – om dit doel te verklaren, aangezien de evaluatie zal lijken op het wegen m.b.v. een weegschaal. 

Een andere passende interpretatie is als volgt. Zoals een weegschaal dingen heel precies weegt en het verschil in gewicht tussen twee dingen aangeeft, zo zal de rechtvaardige weegschaal van Allah de levensloop van de mens evalueren en uitspreken wat erin overheerst –rechtgeaardheid of kwaad. 
[Verzameld uit "Towards Understanding the Quran" door S. Abul Ala Maududi]