|
Respecteer elkaars verschillen
"Verspil geen tijd over de vraag wat een goede moslim is. Wees
er een!"
door Muhammad Alshareef
Vertaald uit: The modern Religion
Op een dag betrad imam Malik de moskee na het middaggebed (asr).
Hij liep naar het voorste gedeelte van de profetische moskee en
ging zitten. De boodschapper van Allah (vzmh) had geboden dat een
ieder die de moskee betrad niet eerder mocht gaan zitten totdat
hij 2 rakat (kort gebed) had gebeden. Dit was een eerbetoon
aan de moskee.
Imam Malik was echter van mening dat het verbod van de profeet (vzmh)
van het vrijwillig bidden na het middaggebed (asr) hierover voorrang
had, dus wilde hij zijn studenten aanleren om niet het eerbetoon
aan de moskee (tahiyyatul masjid) te bidden, als zij tussen het
middaggebed (asr) en het avondgebed (maghrib) de moskee binnen zouden
komen.
Op het moment dat imam Malik ging zitten zag een kleine jongen dat
hij dit deed zonder eerst het eerbetoon aan de moskee te bidden.
De kleine jongen sprak minachtend, "Sta op en bidt het eerbetoon
aan de moskee!"
Plichtsgetrouw stond imam Malik opnieuw op en begon te bidden. De
studenten zaten als verlamd. Wat was hier gaande? Was imam Malik
ineens van mening veranderd?
Nadat hij klaar was met het gebed, drongen de studenten om hem heen
en trokken zijn acties in twijfel. Imam Malik zei, "Mijn mening
is onveranderd en ik ben niet teruggekomen op hetgeen ik jullie
eerder leerde. Ik vreesde slechts, dat als ik niet het gebed had
gebeden, zoals de kleine jongen mij had bevolen, dat Allah mij zou
opnemen in de versregels:
"En wanneer tot hen gezegd wordt: <Buigt>
dan kunnen zij niet buigen." Soerat Al-Moersalaat
77:48.
Imam Ahmad was van mening dat het eten van kamelenvlees de reinheid
van de rituele wassing (wudu) zou schaden, een mening waar de meerderheid
van de geleerden over verschilden. Een paar studenten vroegen hem,
"Als je een imam voor je hebt staan die je kamelenvlees ziet
eten en zonder eerst de rituele wassing (wudu) te verrichten
het gebed leidt, zou je achter hem bidden?" Imam Ahmed
antwoordde," Denk je dat ik niet zou bidden achter mensen zoals
imam Malik en Saeed ibn Al-Mussayyab?"
Allah schiep de mensen met verschillen. Het is de wet van de schepping.
Verschillen in taal, verschillende kleuren, verschillende culturen
en dat alles is nog maar de buitenkant. Aan de binnenkant, zijn
de mensen geschapen met vele verschillende graden van kennis, verstand
en bevattingsvermogen van concepten. Dit alles is een teken van
Allah zijn allesomvattende macht om te doen wat Hij wil.
"En tot Zijn tekenen behoren de schepping
van de hemelen en de aarde en het verschil in jullie talen en kleuren.
Daarin zijn tekenen voor de wereldbewoners." Soerat
Ar-Roem 30:22
Mensen zullen verschillen, dat is ook niet aan de orde. Waar het
om gaat is: Hoe, moet men, als een moslim, deze verschillen van
meningen tegemoet treden en wat zou dan onze relatie moeten zijn
met iemand die er een andere mening op na houdt.
Allah (de Almachtige) gebood ons tot het oproepen en adviseren
van mensen vanuit dit basisgeloof van de islam. Vele moslims ondernemen
deze missie geblinddoekt en zij realiseren zich niet dat ook de
leidraad hiervoor in de Koran aanwezig is. Sterker nog, in precies
hetzelfde vers gebood Allah ons niet alleen tot het oproepen en
adviseren van mensen in dit geloof, maar leerde Allah ons ook hoe.
Lees het volgende vers zorgvuldig:
"Roep op tot de weg van jouw Heer met
wijsheid en goede aansporing en twist met hen op de beste manier.
Jouw Heer kent wie van Zijn weg afdwaalt het best en Hij kent hen
die het goede pad volgen het best." Soerat An-Nahl
16:125.
Het is niet nodig om er over te filosoferen. We hoeven het niet
met bloemen te bedekken. Het ligt voor ons, duidelijk en eenvoudig
voor een ieder die er aandacht aan schenkt.
Deze versregels (aya) bevatten de drie ingrediënten die we
dienen toe te passen wanneer we het niet eens zijn met iemand. Dezelfde
God die ons leerde om over de waarheid te debatteren, leerde ons
ook hoe dat moet:
1 Met wijsheid (hikmah)
2 Met goed onderricht; en
3 Te debatteren (twisten) op een manier die het beste is.
Wat betekend het hebben van wijsheid (hikmah) wanneer we van mening
verschillen met iemand?
De kleinzonen van de boodschapper (vzmh) hebben eens een van de
mooiste voorbeelden gezet in het adviseren van anderen. Al-Hasan
en al-Husayn in hun jongere jaren zagen eens een bejaarde
man de rituele wassing (wudu) verkeerd verrichten. Samen stelde
ze een plan op om deze man de juiste manier te leren zonder hem
te beledigen en om hem te adviseren op een manier die bij zijn leeftijd
paste.
Gezamenlijk liepen ze op de bejaarde man af met de aankondiging,
"Mijn broer en ik hebben onenigheid over wie van ons de wassing
(wudu) het best verricht. Zou u het erg vinden om te beoordelen
wie van ons echt de wassing (wudu) correct verricht?"
De man keek aandachtig terwijl de beide kleinzonen van de profeet
Mohammed (vzmh) de wassing (wudu) uitvoerig verrichtten. Nadat zij
klaar waren bedankte hij hen en zei, "Bij Allah, ik wist voorheen
niet hoe ik de wassing (wudu) foutloos moest verrichten. Jullie
hebben mij allebei geleerd hoe dit correct uitgevoerd moet worden.
We moeten begrijpen dat wijsheid (hikmah) uit twee dimensies bestaat.
Ten eerste hebben we de wijsheid (hikmah) van kennis hikmah
ilmiyyah. Ten tweede hebben we de wijsheid (hikmah) van uitvoering
(overdracht), hikmah Amaliyyah.
NB: Voorbeeld hiervan (ter verduidelijking) er zijn docenten/leraren
van opleidingen, die de stof van hun vak ontzettend goed beheersen
(kennis), maar ze kunnen het niet goed overbrengen op hun studenten
(uitvoering).
Sommige mensen mogen de wijsheid van kennis hebben. Helaas zullen
we zien dat wanner zij iemand proberen te corrigeren of te adviseren,
dat ze de wijsheid (hikmah) van uitvoering missen. Dit heeft tot
gevolg, dat velen van het gewone volk de wijsheid (hikmah) van kennis
afwijzen.
Om de hikmah van kennis zonder de hikmah van uitvoering te verduidelijken:
Een broeder in een plaatselijke moskee, schudde de handen van zijn
broeders links en rechts van hem na het afronden van het gebed.
De broeder die meteen rechts van hem stond sloeg hem op de hand
en beet hem toe, "Dat is geen onderdeel van de soenna! (overleveringen
van uitspraken en handelingen van de profeet, vzmh) " De eerste
broeder antwoordde geheel terecht, "Oh, en is onbeleefdheid
en belediging wel onderdeel van de soenna?"
Om wijsheid toe te kunnen passen, wanneer we van mening verschillen
hebben we het volgende nodig:
1. Oprechtheid
Wanneer we een meningsverschil hebben, dan moeten onze intenties
zodanig zijn dat we van mening verschillen in de oprechte hoop om
tot de waarheid te komen. Onze bedoelingen moeten zuiver overkomen
voor Allah.
We moeten niet verschillen van mening alleen maar om haat en afgunst
in ons hart los te maken. We moeten niet verschillen van mening
om iemand te beschamen op een manier zoals wij wellicht zelf zijn
beschaamd.
De boodschapper van Allah (vzmh) zei, "Om het even wie kennis
leert (kennis die dient te worden gezocht in het belang van Allah),
indien dit gebeurt alleen maar met de verwachting om een beloning
uit de materiele wereld te ontvangen, hij zal de geur van het paradijs
(jannah) op de dag van de opstanding niet vinden." Een
authentiek hadith vertelt door Abu Dawood in kitab al-ilm (Het boek
van de kennis).
2. Vriendelijkheid en Zachtaardigheid
Om wijsheid te hebben wanneer we verschillen van mening met anderen,
betekent dat we zelden buiten de sfeer van vriendelijkheid en zachtaardigheid
dienen te treden. We moeten onszelf zelden toestaan kwaad te worden
en onze stemmen te verheffen.
Farao (Firawn) was één van de slechtste mensen
die leefde. Mozes (Moesa) was één van de edelmoedigste.
Kijk eens hoe Allah tot Mozes sprak om Farao te adviseren
"Ga, allebei (Mozes en Haroen), naar Firawn. Inderdaad,
hij had gezondigd. En spreek tot hem met zachtaardige spraak, misschien
dat hij zal herinneren of vrezen (Allah)."
Een man pakte de kalief eens aan en strafte hem streng af voor
het beleid dat hij voerde. De kalief antwoordde, "Bij Allah,
Farao was kwaadaardiger dan ik. En bij Allah, Mozes was vromer dan
jij. Echter, Allah gebood hem
. "En spreek tot hem met
zachtaardige spraak, misschien dat hij zal herinneren of vrezen
(Allah)."
3. Neem de tijd voor Duidelijkheid
Wijsheid te hebben in omgang met anderen, betekent het hebben van
geduld en te zorgen dat dingen duidelijk zijn, voordat je overhaast
een oordeel vormt.
Imam Ahmad vertelt met zijn lijn van vertellers die tot Ibn Abbas
leidt, die zei, "Een man van de stam van Saliem passeerde een
groep van de metgezellen van de Profeet (vzmh). (Gedurende tijd
van oorlog) De man zei, "As salamu alaykum" (vrede zij
met u) tegen hen. De metgezellen kwamen tot de conclusie dat hij
dit alleen zei as salamu alaykum als een list om zichzelf
te redden om niet gepakt te worden. Zij omringden hem en Malham
ibn Juthaamah doodde hem. Vanuit deze gebeurtenis openbaarde Allah
het vers
"Jullie die geloven! Wanneer jullie
op Allahs weg rondtrekken, zorgt dan dat jullie duidelijke inlichtingen
inwinnen en zegt niet tot iemand die jullie de vredesgroet aanbiedt:
<Jij bent geen gelovige> in jullie streven naar het stoffelijk
gewin van het tegenwoordige leven. Bij Allah zijn toch vele mogelijkheden
tot buit. Zo waren jullie vroeger, maar Allah heeft jullie een gunst
bewezen. Wint dus duidelijke inlichtingen in. Allah is over wat
jullie doen welingelicht." Soerat An-Nisaa, 4:94.
4. Spreek vriendelijk
Ruil nooit vriendelijke woorden in voor hardvochtigheid, vooral
niet wanneer we te maken hebben met andere moslims.
Zie de kracht van het oprechte en beleefde woord:
Mus'ab ibn Umayr was de eerste ambassadeur van de boodschapper van
Allah (vzmh) in Medina. Voordat de boodschapper van Allah (vzmh)
in Medina aankwam, leerde Mus'ab de inwoners van Medina over de
islam en zij begonnen het geloof binnen te treden.
Dit deed Sa'd ibn 'Ubaadah (één van de hoofdmannen
van Medina) in woede uitbarsten. Hij stak zijn zwaard in de schede
en ging op weg met de intentie om Musab Mus'ab ibn 'Umayrs
hoofd af te hakken. Wanneer hij Musab confronteerde dreigde
hij, "Stop deze onzin waar over je spreekt of je zult de dood
vinden! "
Mus'ab reageerde op een manier die een les voor ons allen zou moeten
zijn.
De man die voor hem stond liet het niet bij grofheid en onwetendheid,
hij wilde hem de keel doorsnijden.
Mus'ab zei, "Wilt u niet gaan zitten en even een ogenblikje
luisteren? Als u het eens bent met wat ik zeg, accepteer het dan.
Is dat niet het geval dan zullen we dit gesprek beëindigen."
Ubaadah nam plaats.
Mus'ab sprak over Allah (De Almachtige, de Verhevene) en Zijn boodschapper
(vzmh) totdat het gezicht van Sa'd ibn Ubaadah's scheen als een
volle maan en tot hij zei, "Wat moet een persoon doen die dit
geloof wenst binnen te treden?" Nadat Mus'ab het hem verteld
had, sprak hij, "Er is één man, en indien hij
het geloof accepteert, dan is er geen familie in Medina die geen
moslim wordt en dat is Sa'd ibn Mu'aadh."
Toen Sa'd ibn Mu'aadh hoorde wat er gebeurd was werd hij razend.
Hij verliet zijn huis om Musab ibn Umayr op te zoeken en hem
te doden voor de verdeeldheid die hij verspreidde. Hij benaderde
Musab en verkondigde, "Neem afstand van deze religie
waar je over spreekt, of je zult de dood vinden.
Mus'ab antwoordde, "Wilt u niet even gaan zitten en even een
momentje luisteren? Als u het eens bent met wat ik zeg, accepteer
het dan. Is dat niet zo, dan zal ik het gesprek beëindigen.
Mu'aadh ging zitten.
Mus'ab sprak over Allah (de Verhevene de Almachtige) en Zijn boodschapper
(vzmh) totdat het gezicht van Sa'd ibn Mu'aadh's scheen als een
volle maan en hij sprak,"Wat moet een persoon doen die dit
geloof wenst binnen te treden?"
Kijk eens wat een vriendelijk woord kan doen. Sa'd ibn Mu'aadh
keerde die nacht terug naar zijn stam en verkondigde aan hen allen,
"Alles dat jullie toebehoort is haraam (verboden) voor mij
totdat een ieder zich heeft bekeerd tot de islam."
Dezelfde nacht ging iedere familie in Medina naar bed met Laa ilaaha
illa allah
(er is geen godheid buiten Allah) alleen vanwege
een vriendelijk woord.
Wie wint?
Toen Mu'aawiyah ibn al-Hakam al-Salami naar Medina kwam vanuit
de woestijn, wist hij niet dat het verboden was om tijdens het gebed
te spreken. Hij vertelde, "Terwijl ik achter de Boodschapper
van Allah (vzmh) aan het bidden was, moest een man niezen. Ik zei,
yarhamuk allah (moge Allah de Verhevene de Almachtige je genadig
zijn)." De mensen keken me woedend aan, dus ik zei, "Moge
mijn moeder me verliezen! Wat is er aan de hand dat jullie mij aanstaren?"
Zij begonnen met hun handen tegen de zijkanten van hun benen te
klappen, en toen ik door had dat ze me duidelijk probeerde te maken
dat ik stil moest zijn, stopte ik met praten (d.w.z., Bijna wilde
ik antwoord terug geven, maar ik wist mijzelf te beheersten en bleef
stil).
Zodra de Boodschapper van Allah (vzmh) klaar was met bidden (moge
mijn vader en moeder geofferd worden voor hem, ik heb voordien en
sindsdien nog nooit een betere leraar gezien dan hij) schold hij
me niet uit of sloeg me of vernederde me. Hij zei alleen maar, "Dit
gebed mag geen spraak van de mens bevatten; het is alleen de tasbieh
(het lofprijzen van Allah) en takbier (zeggen allahu akbar
Allah is de allergrootste) en recitatie van de Koran." (Saheeh
Moslim, 'Abd al-Baaqi edn, nr. 537).
Islam laat ons zien hoe we met anderen kunnen discussiëren.
Sommige mensen denken dat we nooit van mening zouden moeten verschillen
en dat alle onenigheid vermeden moet worden. Neen, dit is een verkeerde
veronderstelling, want de Koran en de soenna (in navolging van de
Profeet) laten ons duidelijk zien dat wanneer een fout is gemaakt,
het gecorrigeerd dient te worden. Inderdaad, het helpen van anderen
om het goede te doen is een vereiste van het geloof, oprecht advies.
We zien dat toen de profeet van Allah (vzmh) zich afwendde van
Abdallah ibn Umm Maktoom, de blinde man, Allah hem corrigeerde in
de Koran...
"Hij fronste en keerde zich af toen
de blinde man bij hem kwam. Maar hoe kun jij het weten, misschien
dat hij zich loutert of zich laat vermanen, zodat de vermaning hem
baat." Soerat Abasa 80:1-4
Toen Haatib ibn Abi Balta'ah (moge Allah tevreden zijn over hem)
de fout maakte om de ongelovigen van Quraysh te schrijven en hen
te informeren over welke richting de Profeet (vrede en zegeningen
van Allah zij met hem) op ging, gedurende een militaire campagne
tegen hen, openbaarde Allah de woorden:
"Jullie die geloven! Neem mijn en jullie
vijanden niet als medestanders
" - Soerat Al-moemtahana
60:1
En zo zijn er meer voorbeelden.
Aldus leren we dat wanneer een fout gemaakt wordt het gecorrigeerd
moet worden. Echter, de manier waarop dit gebeurd heeft onze aandacht
nodig.
Iedere keer wanneer moslims twisten is het net alsof iedere partij
een vaandel draagt met, "Ik moet winnen en jij moet verliezen!"
Diepgaande studie van de soenna (in navolging van de Profeet, vzmh)
laat ons echter zien dat dit niet altijd het geval was met de manier
waarop de boodschapper van Allah handelde.
Overweeg de volgende voorbeelden eens:
"Ik verlies en jij wint!"
Een woestijnbewoner (bedoeïn) kwam naar de boodschapper van
Allah (vzmh) en vertelde hem, "Geef mij van wat Allah (de Verhevene
de Almachtige) jou gaf, niet van het bezit van je moeder en evenmin
van het bezit van je vader." De metgezellen van de Profeet
(de sahaabah) waren woest op de man en stapten naar voren om hem
te straffen voor wat hij zei. De boodschapper van Allah (vzmh) beval
iedereen om hem met rust te laten.
Toen nam de boodschapper van Allah (vzmh) hem bij de hand en bracht
hem naar zijn huis. Daar opende hij de deur en zei, "Neem wat
je verlangt en laat achter wat je niet behoeft. De man deed dit
en nadat hij klaar was, vroeg de boodschapper van Allah, "Heb
ik je voldoende eer bewezen?" "Ja, bij Allah," zei
de bedoeïn. "ash hadu an laa ilaaha illa allah, wa ashhadu
anna muhammadar rasul allah." ("Ik getuig dat er geen
god is dan Allah, en ik getuig dat Mohammed de boodschapper is van
Allah", dit houdt in dat hij de islam aanvaardde.)
Toen de metgezellen van Mohammed (de sahabah) hoorden hoe de man
was veranderd, leerde de boodschapper van Allah hen.
"Waarlijk het voorbeeld van mijzelf, jullie en deze bedoeïn
is als dat van een man waarvan zijn kameel weg rende. De stedelingen
probeerden de kameel te vangen door het achterna te rennen en te
schreeuwen, waardoor ze het alleen maar verder weg dreven. De man
schreeuwde, "Laat mij en mijn kameel, ik ken mijn kameel beter."
Toen nam hij wat gras in zijn hand, schudde het uit voor de kameel
totdat het uit zichzelf weer naar hem toe kwam".
"Bij Allah, had ik deze bedoeïn aan jullie over gelaten,
dan hadden jullie hem geslagen, hem gepijnigd en zou hij zijn vertrokken
zonder de islam om uiteindelijk in het hellevuur terecht te komen".
"Ik win en jullie verliezen!"
Een moslim hoeft geen verontschuldigende houding te hebben tegenover
alles waarmee hij geconfronteerd wordt. Er zijn momenten wanneer
de waarheid gezegd moet worden, wanneer er geen ruimte is voor vleierij.
Toen een Makhzoomi vrouw (een vrouw van een welvarende familie)
stal, benaderden de mensen de boodschapper van Allah om haar straf
te annuleren. De boodschapper van Allah (vzmh) werd erg kwaad, stond
op de preekstoel en verkondigde, "Bij Allah, had Fatima, de
dochter van Mohammed, gestolen dan had ik haar de hand af gehakt".
Geen ruimte voor vleierij; voor de waarheid moet worden opgekomen.
Het is hier dat de gedragscode voor onenigheid waar we eerder over
spraken tot uiting kan komen.
"Ik win en jij wint!"
Er hoeft niet altijd een verliezer te zijn. In veel gevallen zien
we dat de boodschapper van Allah (vzmh) de mensen waarmee hij een
geschil had een uitweg bood.
Toen hij een brief naar Caesar stuurde zei hij daarin, "Wordt
moslim en je zult veilig zijn, Allah zal je een dubbele beloning
geven!"
Hij zei niet: "geef je over of sterf!" Niets daarvan.
Wordt moslim en je zult winnen, of beter, je zult een dubbele overwinning
behalen.
Ik zal eindigen met dit volgende schitterende voorbeeld over hoe
om te gaan met andere moslims, van ons toonbeeld Abu Bakr:
Abu Bakr had eens een argument met een ander metgezel over een
boom. Tijdens het argumenteren zei Abu Bakr iets dat hij liever
niet had gezegd. Hij vervloekte niet, hij viel niet iemands eer
aan, hij probeerde niet iemand de schuld in de schoenen te schuiven.
Het enige wat hij zei was iets dat de ander metgezel kon kwetsen.
Meteen beval Abu Bakr (die zijn fout inzag) hem, "Zeg het
ook tegen mij!" De metgezel zei, "Ik zal het niet terug
zeggen." "Zeg het ook tegen mij," zei Abu Bakr, "of
ik zal klagen bij de boodschapper van Allah (vzmh). De metgezel
weigerde om het terug te zeggen en ging zijn eigen weg.
Abu Bakr ging naar de boodschapper van Allah (vzmh) en vertelde
hem wat er gebeurd was en wat hij gezegd had. De boodschapper van
Allah (vzmh) riep de andere metgezel bij zich en vroeg hem, "Heeft
Abu Bakr dit en dat tegen jou gezegd?" Hij zei, "Ja."
Hij sprak, "Wat heb je terug gezegd? " Hij zei, "Ik
heb niets terug gezegd tegen hem." De boodschapper van Allah
(vzmh) zei, "Goed, zeg het niet terug tegen hem (doe Abu Bakr
geen pijn). Beter is het om te zeggen, "Moge Allah je vergeven,
Abu Bakr!"
De metgezel keerde zich naar Abu Bakr en zei, "Moge Allah je
vergeven, Abu Bakr. Moge Allah je vergeven, Abu Bakr!" Abu
Bakr wende zich af en weende terwijl hij weg liep.
Laten we vandaag achter ons laten met het voornemen om de houding
de boodschapper van Allah (vzmh) en zijn metgezellen uitdroegen
te doen herleven, de houding van genade, liefde en broederschap.

|