Moslimpapie
Geschreven door: Fuad Nahdi
Vertaald door: Umm Ismaïl
Het opvoeden van moslimkinderen lokt belangrijke
vragen uit over Elvis Presley, het Paradijs en of Osama Bin Laden
een familielid is, zegt Fuad Nahdi.
Het is 11 september. Ik bezoek mijn familie in Kenia
en ik bel naar huis, in Londen, om er achter te komen wat er aan
de hand is. Het is wel op de televisie, maar het dringt nog niet
echt tot me door. Humera, mijn vrouw, vraagt: Hoe moet het
met de kinderen, kunnen we ze morgen wel naar school sturen?.
Ineens dringt bij me het besef door dat dit niet slechts betrekking
heeft op Amerika.
Iedereen maakt zich zorgen over wat hij doen moet,
en wat de verdere effecten zullen zijn. Terwijl ik met ze praat,
realiseer ik me dat ik in het huis ben waar ik ter wereld kwam
en dat alles veranderd is. Het herinnert me aan het feit dat de
wereld waarin ik groot gebracht ben niet dezelfde is als de wereld
waarin wij onze kinderen opvoeden. En dat maakt alles er niet
makkelijker op.
Men zegt wel dat men de eigen opvoeding als uitgangspunt
moet nemen bij het opvoeden van zijn eigen kinderen; de mijne
leek op dit moment irrelevant; ontoereikend. Ik groeide op in
een omgeving waarin werd opgekeken naar ouderen. Ouderen werden
geassocieerd met kennis en levenservaring. Ik nam het voor lief
dat mijn vader altijd meer wist dan ik. Kennis was voor vaders
een manier om overwicht over zijn kind te houden.
Maar dankzij de nieuwe technologie en de multiculturele
samenleving geeft mijn zoon Nadir mij geregeld het gevoel dat
ik kwetsbaar ben. Hij is elf, maar weet dikwijls meer dan ik.
Ik groeide op in een klein kustplaatsje aan de oostkust
van Afrika. Het was een knus, heel zeker wereldje. We waren allen
hetzelfde en praatten allemaal hetzelfde. Nadir zit in een klas
met vijftien talen en acht geloven. Hij komt thuis met vragen
die dringend een antwoord verlangen.
Ik kan hem natuurlijk afschepen met leuterpraatjes, maar daar
zou hij zo doorheen prikken. Wat ik ook kan doen is mezelf vernederen
door toe te geven: Ik weet het niet. Door dit te zeggen
verlies je aanzien. Dat moet je later dan weer recht zetten.
Wat je je moet realiseren is dat het er niet om
gaat zo simpel mogelijk te antwoorden, het gaat er om dat je hem
traint in het vinden van antwoorden.
Zo herwin ik enigszins wat autoriteit, omdat ik in staat ben hem
methodes bij te brengen waarmee hij zelf op de antwoorden kan
komen. Dat wordt niet op school geleerd. We halen de encyclopedie
te voorschijn en maken er een speurtocht van. Discipline, daar
schreeuwen kinderen om. Ikzelf heb zon methodologie om op
antwoorden te komen niet van huis uit meegekregen.
Nadir ontwikkelt zich religieus en zoals heel veel
jonge mensen is hij geïnteresseerd in de hemel en de hel.
Op een avond komt hij naast me zitten terwijl ik naar een Elvis
Presley film aan het kijken ben. Ik ben een groot fan. Samen kijken
verstrekt onze band. Hij wil graag iets met mij delen namelijk.
Na afloop zegt hij plots: Pap, ik denk dat Elvis Presley
naar de hemel gaat. Ik schrik in mezelf en vraag hem: Waarom
denk je dat? Omdat hij zoveel mensen blij heeft gemaakt,
zegt Nadir en ik hou mijn mond dicht.
Dan, ineens, vraagt hij of ik naar de hemel ga.
Ik hoop het, antwoord ik.
Als jij gaat, dan gaat Elvis zeker, zegt mijn elfjarige
vastberaden. Waarom?, vraag ik. Want jij zult
je in de hemel gaan vervelen en dan wil je naar Elvis kijken.
God zal hem dan naar de hemel moeten brengen. Ja toch? Ik
heb hier niet van terug. Maar vanavond lijkt het me minder eenzaam
om dood te gaan.
Ook help ik Nadir bij het vinden van zijn identiteit.
Die van mij is erg ingewikkeld. Mijn vader komt uit Zuid-Jemen,
mijn moeder uit Indonesië, ik groeide op in Kenia en Humera
is van de tweede generatie Pakistanis, geboren in Engeland.
Ik praat over mijn Zuid-Jemenitische wortels, zoals mijn vader
ook deed. Het komt neer op het verheerlijken van Hadramaut, een
kleine bergrug waarvan iedereen droomt, maar waar niemand wil
wonen. Ik vertel Nadir over de stam, over hoe wij de krijgers
van de regio waren, over de liefde, het vertrouwen en de trouw
die we elkaar schonken. En het begint wortel in hem te schieten.
We hebben zelfs een programma voor een familiestamboom aangeschaft-
van IBM.
Dan verschijnt plotseling Osama Bin Laden op het
toneel, en waar komt hij vandaan? Hadramaut. De eerste vraag die
mijn dochter Ilyeh, die zes is, vraagt: Is hij mijn neef?
Kan ik mijn vriendjes op school vertellen dat hij mijn neef is?.
Er overvalt mij een paniekgolf, maar mijn zoon herinnert mij eraan
dat we elkaar in Hadramaut ten alle tijden steunen. De
Amerikanen zijn dan wel vreselijk sterk, maar niet sterk genoeg
om een band van duizend jaar te verbreken, zegt hij. Nu
moet ik het dus over een andere boeg gooien. Ik leg uit dat wanneer
iemand opzettelijk bepaalde dingen doet, je het volste recht hebt
om met hem te breken. De kinderen volgen het verstand. Het debat
wordt nu gestuurd naar de vraag of je iemand trouw moet blijven,
simpelweg omdat hij moslim is. Nadir zegt: Ik ben een Brits
moslim. Daarna leg ik uit dat er voorwaarden zijn; trouw
aan je land, een goed burger zijn, niet de regels van een land
overtreden, onder de voorwaarde dat ze niet botsen met de basisregels
van de religie. Dat je je steentje bij moet dragen aan de samenleving.
Hij vraagt: Waarom doen deze mensen dan zulke dingen?
Ik zeg: Dat weet ik niet. Het klopt in ieder geval niet.
Op zulke momenten heb ik weer vertrouwen in mezelf
als moslimpappie.
Fuad Nahdi publiceert bij het Q News, Het grootste
moslimtijdschrift van Groot-Britannië.